donderdag 30 oktober 2014

Surinesië: PPT week 5: Suriname

Onafhankelijkheid (1975) en Decembermoorden (1982)
Na de onafhankelijkheid
  • 1975-1980: economische neergang en sociale onrust
  • Hoge werkeloosheid (ondanks Ned. fin. hulp)
  • Mislukte overheidsprojecten West-Suriname
  • 'regelen’
  • ontstaan linkse partijen (PALU, Volkspartij)
  • ontstaan militaire vakbond
  • ontstaan nieuwe belangengroepen
  • verwachte frustratie hindoestanen
  • grote emigratiestroom
Sergeantencoup van 1980
  • Onvrede in het Surinaamse leger bij in Nederland opgeleide onderofficieren (oa Bouterse) 
  • 1979 oprichting Bond van Militair Kader (Bomika) 
  • Drie bestuursleden werden in jan 1980 opgepakt 
  • Vóór hun berechting pleegden ‘zestien armzalig bewapende sergeanten onder aanvoering van de 34-jarige sportinstructeur Desi Bouterse een staatsgreep’.
  • Nationale Militaire Raad neemt de macht over om zsm een burgerbestuur aan te stellen. Staatsgreep wordt ‘ingreep’, Ferrier bleef president en grondwet bleef intact.
Welke kant gaat het op met onze jongens?
  • 15 maart burgerregering olv Henk Chin a Sen, maar onder controle van NMR. 
  • Verscherpte controle aanwezigheid ambtenaren, ideeënbus Memre Boekoe-kazerne en aanpak kleine misdaad, maar ook overlijden vermeende couppleger Ormskerk. 
  • Beloofde verkiezingen in 1982, tenzij ‘gevoelige omstandigheden’. 
  • Na 13 augustus 1980 steeds meer sprake van bestuur door het Militaire Gezag olv Bouterse en Horb, verlinksing koers (Revolutie! Volksmilities!)
Decembermoorden
  • De bevolking begint van begin 1982 onrustig te worden omdat de terugkeer van de democratie uitblijft.
  • De vakbonden organiseren ondermijnende acties, zoals stakingen. 
  • Het bezoek van Maurice Bishop (Grenada) in oktober mislukt (door de vakbonden)
  • 8 december 1982: Decembermoorden
    • 15 prominente Surinamer worden geëxecuteerd
    • Waren tegenstanders van Bouterse. 
    • Bouterse beweerde dat deze 15 heren een coup tegen hem gingen plegen en dat ze daarom vroegtijdig uitgeschakeld moesten worden.
      • 1 van de slachtoffers heeft ook een "verklaring" voorgelezen.
    • Nederland bevroor hierna de ontwikkelingshulp. 
  • In januari 1983 wordt ook Horb opgepakt wegens coupvoorbereidingen. Later wordt hij dood in zijn cel gevonden.,

Surinesië: PPT week 4: Suriname

Op weg naar onafhankelijkheid 1942- 1975
Van zelfbestuur naar onafhankelijkheid 

  • 7 december 1942: Koningin Wilhelmina belooft intern zelfbestuur na WOII
    • Waarom?
      • Atlantic Charter
        • besluit tussen Amerika en Engeland in 1941. 
        • Hierin staat onder andere dat elk volk recht heeft op zelfbeschikking. 
    • Indonesische nationalisten.
  • De reacties:
    • Creolen: positief (anti- verindisching)
    • Hindostanen: afwijzend (bang voor creoolse overheersing).
  • Geen onafhankelijkheidsstreven!! In tegen stelling tot Indonesië
Politiek Suriname
  • Er kwamen belnagenverenigingen i.p.v. politieke partijen. Bijvoorbeeld:
    • NPS (Nationale Partij Suriname)- Creools
    • VHP (Verenigde Hindostaanse Partij)- Hindoestaans
    • KTPI (Kaum Tani Persatuan Indonesia)- Javaans
  • Districtenstelsel was in het voordeel van de Creolen en nadelig voor de nationale politiekvoering. 
  • vanaf 1950 'verbroederingspolitiek' tussen NPS (Pengel) en VHP (Lachmon)
  • Doel: Samenwerking aan de top maar naar de achterban toe ras- sentiment stimuleren.
  • 'regelen'
Onafhankelijkheid 1975
  • De VHP was aanvankelijk tegen, omdat de regering uit Nederland de Hindoestaanse positie garandeerde.
  • Na 1973 Creoolse regering onder leiding van Henck Arron. Hij streefde erna om in 1975 onafhankelijkheid te verwerven. 
  • In ruil voor een evenredig kiesstelsel en snelle verkiezingen na de onafhankelijkheid, kreeg met toch steun van de VHP.
  • De valkuilen waren echter:
    • Er was amper nationaal culturele verbondenheid
    • Er was ongelijkheid in het onderwijs en de beheersing van Nederlands
    • Stereotype manier van denken over elkaar. 
Jopie Pengel 1916-1970
Surinaamse politicus  voor de NPS

Jagernath Lachmon 1916- 2001
Surinaamse politicus voor de VHP.
Was tegen de onafhankelijkheid vanwege angst van overheersing door de creolen.

Heck Arron  1936- 2000
Surinaamse politicus voor de NPS.
Hij hield persoonlijke gesprekken met Nederland over de onafhankelijkheid en werd eerste premier van de Republiek van Suriname en werd bij de tweede verkiezingen herkozen. 
 

Surinesië: PPT week 3: Suriname

Transformatie van de koloniale maatschappij (1863- 1942)
Afschaffing slavernij 1863

  • Na de afschaffing van de slavernij ontstonden er problemen op de plantage:
    • Er dreigt een tekort aan landarbeiders
    • Er was een toenemende concurrentie van Azië door de opening van het Suezkanaal (1869)
    • De opkomst van de bietsuiker in Europa
  • De oplossing was de werving van de Brits- Indische Koelies en Javanen. 
  • De Creolen hadden tot 1930 door het onderwijs een bevoorrechte positie. 
  • Na 1930 vond er een ver-indisching op in plaats van assimilatie.
Anton de Kom (1898- 1945)

De zoon van een slaafgeborene.
In 1921 was de Kom naar Nederland verhuis en actief geworden in een Links- Nationalistische Indische organisaties. 
In 1933 was hij kort teruggekeerd naar Suriname, maar hij werd snel gearressteerd vanwege 'ondermijnende activiteiten'.  
Tijdens de protesten tegen zijn arrestatie vielen er 2 doden en 30 gewonden. (7 februari 1933, Zwarte Dinsdag). 
Hij werd terug gestuurd naar Nederland en schreef daar "Wij slaven van Suriname".
Tijdens WOII was hij actief voor het communistisch verzet. Uiteindelijk werd hij gedeporteerd en stierf hij in Neuengamme. 

Surinesië: PPT week 4- de opkomst van de koloniale staat.

Kenmerken van een koloniale staat:

  • Niet soeverein
  • Ze vertegenwoordigen niet een bepaalde natie
  • Er ontbrak nationalisme als ondersteunende ideologie. 
  • Geen speler op het internationale toneel
  • Ze maken gebruik van de structuren van de oudere inheemse staten.
Bestuurshervormingen 1866
Koloniaal bestuur moderner en intensiever worden:

  1. Wijziging wijze van betalen koloniale ambtenaren:
    1. Afschaffing cultuurprocenten voor Nederlandse ambtenaren/ introductie vaste salarissen.
    2. Inheemse bestuursambtenaren vaste salarissen en vanaf 1882 ook feodale voorrechten afgeschaft.
  2.  Uitbreiding aantal Nederlandse bestuursambtenaren op Java.
    1. Naast iedere regent een assistent-resident en uitbreiding aantal controleurs.
  3. Centrale bureaucratie hervormd: vier nieuwe departementen o.l.v. een directeur: 
    1. Departementen van Binnenlands Bestuur, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid; Burgerlijke Openbare Werken; Financiën.
Ethische Politiek: ontstaan
  • ARP: program van beginselen
    • Art. 18: De baatzuchtige neiging die men had om Indië te exploiteren moest plaats gaan maken voor een politiek van "zedelijke verplichting".
    • Kuyper vond dat Indië een kind was dat zedelijk opgevoed diende te worden. Indië zou namelijk een zelfstandige positie in de toekomst krijgen. Dit was een voogdijgedachte. 
    • Van Deventer: 1899: Artikel: "een eereschuld"
      • Vele miljoenen terugbetalen: dit ging naar het onderwijs en de verbetering van de economische positie van de inheemse bevolking 
    • Het Sociaal democratische kamerlid van Kol (SDAP)- Er moest een rechtvaardig koloniaal bestuur komen. "een kind opvoeden tot een man".
  • De Locomotief was de eerste krant die verscheen in Semarang, Indonesië. Het blad was in 1845 oprichtig door politiek activist Pieter Brooshooft. 
Situatie van de inheemse bevolking eind 19de eeuw
  • De bevolking van Java in diepe armoede. Oorzaken hiervan waren:
    • Javaanse belastingbetaler betaalde de uitbreiding van het Nederlandse gezag in de buitengewesten. 
    • Het inkomen van de gemiddelde Javaan daalde. Er was de afschaffing van het cultuurstelse, wat minder plantloon betekende. De suikerindustrie was in crisis, wat lagere lonen voor de arbeiders betekende en grondhuur.
    • De belangrijkste oorzaak was echt de enorme bevolkingsgroei. Tussen 1870 en 1900 groeide de bevolking van 16,2 miljoen naar 28,4 miljoen personen. 
Ethische politiek
Troonrede 1901: zedelijke roeping.
Ethische politiek twee doelstellingen:
  • Het welzijn van de Indonesische bevolking te bevorderen en die bevolking op te voeden onder westerse leiding en naar westers model tot “zelfstandigheid op lange termijn” 
  • Het welzijn bevorderen bracht met zich mee dat het Nederlands gezag overal stevig gevestigd zou moeten worden.
Verbetering economische positie
  • Irrigatie:
    • Aanleg irrigatiewerken: watervoorziening stabiel; verbetering inheemse bevloeiingswerken en de bouw van stuwdammen aan de bovenloop van kleine en middelgrote rivieren. 
    • Landbouw: eigen departement : landbouwonderwijs. 
    • Betere zaden en ontwikkeling zaai technieken.
  • Mensen kregen geld als ze gingen verhuizen.
  • Inentingen 
  • Onderwijs
    • Nieuwe scholen
    • steeds meer onderwijs voor de inheemse bevolking
  • Volksraad
    • Niet echt politiek serieus genomen.
    • toch plek voor verschillende etnische groepen om samen te komen
    • politieke ervaring opdoen
    • inheemse konden hier hun ei kwijt.
  • Uiteindelijk wel meer inheemse ambtenaren die binnenlands meer overnamen. Maar nog steeds geen gelijkheid. Nauwelijks inspraak er was veel armoede en de economische crisis maakte het niet beter. 

woensdag 29 oktober 2014

Surinesië: PPT week 4- Nederlands Imperialisme

Modern imperialisme
Dit vond plaats in de laatste twee decennia van de 19de eeuw:

  • Opkomst van het nationalisme: Er moesten krachtige nationale staten ontstaan.
  • Dit ging gecombineerd met Racisme/ Sociaal darwinisme 
    • Het Europese ras was superieur en had recht op het overheersen van de minder ontwikkelde rassen. 
    • De koloniale veroveringen versterkte natuurlijk ook de nationale trots.
  • Toenemende rivaliteit Europese staten. 
  • Tweede industriële revolutie: Economische en technische revolutie.
    • transport, medicatie en wapens
  • De specifieke oorzaken per deelnemend land:
    • Groot- Brittannië : invloedrijke rol van bankiers en aristocraten die hun buitenlandse investeringen door de staat beschermd zagen.
    • Frankrijk: compensatie verlies Elzas-Lotharingen 
    • Duitsland: afleiden binnenlandse sociale problemen
Nederlands Imperialisme
Rond 1870 verschuift de interesse van Nederland van Java naar Sumatra. Hier bevond zich de mijnbouw en plantagelandbouw. Hierdoor neemt de handel en zeevaart rondom noord Sumatra toe. 
Sumatratraktaat van 1871
Brits Nederlandse overeenkomst.
  1. Nederlandse soevereiniteit over geheel Sumatra.
  2. Nederland staat bezittingen in West- Afrika af aan Engeland.
  3. Nederland mag contractarbeiders werven in Brits- Indië voor Suriname. 

Lombok expeditie 
Expeditie waarbij men probeerde om opstandelingen in het midden van Lombok aan te pakken. Expiditie was gewelddadig, maar geslaagd. 

Joannes Benedictus van Heutz
Gouverneur- Generaal van Nederlands Indië (1904- 1909)
Militair en civiel gouverneur van Atjeh
Atjeh oorlog
  • begonnen omdat de Nederlanders zich niet hielden aan een tractaat (sumatra tractaat) uit 1824. Hierin stond dat zij Atjeh als een vrije staat moesten accepteren. In 1871 werd er echt een nieuw tractaakt gesloten, waarbij Nederland de vrije hand kreeg in Atjeh. 
  • De oorlog werd door Nederland gewonnen en zij werden soeverein over Atjeh
  • Van Heutz verklaarde de oorlog gewonnen in 1903, maar in werkelijkheid was deze pas in 1914 toen de laatste guerillabenden was verslagen. 
Snouck Hurgronje heeft waarschijnlijk een sleutelrol gespeeld in het einde van de Atjeh oorlog. Hij was gespecialiseerd in de Islam en had veel aanzien. Hij spraak een hoop Indonesische talen en wist daardoor precies hoe van Heutz bepaalde dingen moet aanpakken. 


Surinesië: PPT week 4- Koloniaal bestuur

Kenmerken van het koloniaal bestuur.
Blanke minderheid "vernederlandste" na 1900:

  1. Er is een toenemend aantal blanken. 
  2. Band met Nederland versterkt door betere post- en verkeersverbinding
  3. Er komen meer blanke vrouwen naar Indonesië 
  4. Ze gingen in aparte villawijken wonen. 
Indo- Europese bevolkingsgroep: kinderen afkomstig  van gemengde afkomst. 
Een groot deel hiervan was wel opgegaan in de inheemse bevolking. Het andere deel was formeel aan de Europeanen gelijk gesteld:
  1. Kinderen uit wettige huwelijken
  2. Kinderen uit onwettige huwelijken die erkent waren door hun vader. 
Toch werd deze groep door veel blanken niet als gelijkwaardig gezien. De Indo- Europeanen gingen veel met elkaar om en hadden een mengtaal van Maleis en Nederland. Ze werkten meestal op kantoor, bij de overheid, het leger of de politie. Maar sommige waren rijke planters of hoge militairen en ambtenaren. Er was geen scherpe grens tussen deze groep en de blanke bovenlaag. 

De Chinese bevolkingsgroep was snel gegroeid. Ze hadden een belangrijke positie op Java, omdat ze een sleutel hadden in de koloniale economie. Zij beheersten  het grootste deel van de detailhandel, ambachtswezen en krediet verlening aan de inheemse bevolking. 

Er was ook een Arabische bevolkingsgroep. Zij waren een Autochtone inheemse meerderheid. Het grootste deel was bijzonder arm. De meeste werkten in de landbouw als kleine boeren of plantage arbeiders. 

Het koloniale rechtsbestel 
Het beleid werd bepaald in Nederland. Het parlement stelde de begroting vast en de regering benoemde de hoge ambtenaren (zoals de Gouveneur- Generaal). Vele zaken werden bepaald in Nederlandse wetten. Voor zover dat niet kon, mocht het gouvernement eigen ordonnanties en verordeningen vaststellen. 
Er was een onderscheid naar landaard. Hiermee bedoelt met dat er naar ras en etnische herkomst wordt gekeken. Het regeeringsregelement van 1854 was als volgt:
  • Europeanen: Nederlanders en andere westerlingen, de Indo- Europeanen, Staatsblad- Europeanen. Later ook o.a. Japanners, Turken en Egyptenaren.
  • Inlanders
Dit onderscheid was overal zichtbaar: Rechtspraak en salarissen bijv. 
Alleen in het strafrecht waren de Europeanen en de inlanders enigszins gelijk.
1892: nieuwe wet op het Nederlanderschap: inwoners Nederland en koloniën in de West en Nederlandse Europeanen in Indië: Nederlander; inheemse bevolking niet.
In 1910 krijgt de inheemse bevolking de titel van Nederlandse onderdaan, maar nog geen officiele Nederlander. 

Er waren wel wat verschillen te noemen tussen het rechtsregime van Indië en het moederland:
  • In de kolonië was er nog steeds spraken van de doodstraf en kinderarbeid. 
  • Er was ook geen scheiding tussen de rechterlijke en uitvoerende macht. 
  • In de Nederlandse grondwet stond hett recht van vereniging  en vergadering. 
  • In de kolonie was er een verbod op politieke partijen en verenigingen. 
  • Dit was tot 1919, daarna kon een vereniging alleen nog makkelijk verboden worden. 
  • Voor vergaderingen was een vergunning nodig. 
  • De eerste politieke partijen vroegen erkenning aan het parlement. 
  • In Nederland was er vrijheid van meningsuiting
  • In de kolonie was er echter een drukpersregelement. Dit betekende dat de kranten eerst moesten worden gelezen door iemand van het bestuur voordat deze gepubliceerd mochten worden. 
  • Ook haatzaai- artikelen waren verboden. 

dinsdag 28 oktober 2014

Surinesië: PPT 2- Indonesië

Exploratië van Indië, het cultuurstelsel: De weg vrij voor particuliere ondernemers
Het cultuurstelsel van Johannes van den Bosch tot Eduard Douwes Dekker

  • Een belastingssysteem ingevoerd door Johannes van den Bosch. 
  • Werd in 1830 ingevoerd ter vervanging van het landrente stelsel. 
  • Boeren moesten 20% van hun grond gebruiken om spullen op te produceren voor het gouvernement. 
    • Deze producten werden van weer in Europa verkocht.
  • Als je niet genoeg grond had of grond die niet geschikt was, moest je als tegenprestatie 66 dagen herendiensten uitvoeren. 
  • Plantloon (afhankelijk van het geleverde aantal producten).
    • Hierbij werd rekening gehouden met de marktwaarde of de hoeveelheid arbeid. 
  • Naast dit systeem moesten de dorpen ook nog herendiensten uitvoeren. Zoals bijv. wegen aanleggen. Dit kosten veel extra werk. 
  • Veel corruptie.
    • Boeren moesten meer grond gebruiken of het beste grond.
    • Inlandse vorsten kregen meer geld als ze meer leverden. Dus zij buiten de inheemse bevolking uit. 
  • Na 1850 kwamen er veranderingen in het cultuurstelsel. Dit was omdat er door slechte rijstoogsten hongersnoden ontstonden onder de inheemse bevolking. Het cultuurstelsel werd hervormd. Zo werd de indigocultuur afgeschaft omdat deze arbeidsintensief was en werden andere cultures ingeperkt. 
  • De Nederlandse liberalen waren fel tegen het cultuurstelsel. Zij waren ervan overtuigd dat iedereen vrij moest zijn van arbeid en handel.
  • Europese ondernemers werden gestimuleerd om fabrieken op te zetten. 
    • gouvernement zorgde voor de arbeiders
    • producent verkocht aan de gouvernement met vast prijzen. 
    • NHM had monopolie op vervoer naar Nederland.
    • winst vloeide naar de Nederlandse staatskas.
    • Cultuurstelsel zorgde voor onderdrukking van inheemse bevolking, maar ook voor geldeconomie. 
  • Gevolgen van het cultuursysteem
    • Modernisering & monetarisering van de Javaanse economie.
    • Als de opbrengsten van de cultures genoeg waren, stegen de plantlonen. Wat betekende dat er een toenamen van welvaart was. Maar als het weer slechter ging, betekende dit een verlies aan inkomsten en daarmee lagere koopkracht
    • De werkdruk nam onder de bevolking snel toe. De eigen rijstvelden konden niet mee bewerkt worden, met alle gevolgen van dien.
    • De Suikercultuur putte de grond uit en onttrok veel water. Dit water was nodig om de rijstvelden te bevloeien. De bevolking was afhankelijk van de rijstoogst en dit kon dan dus voedseltekorten tot gevolg hebben. 
    • De cultuur procenten konden tot misbruik leiden.
    • De boeren moesten vaak hun beste grond gebruiken.
    • De dorpshoofden moesten de plantlonen betalen, maar hielden soms delen achter. 
  • Was het cultuurstelsel nu een succes of niet?
    • Inkomsten voor de staatskas (823 miljoen van 1831-1877) met als gevolg: 
    • Lage belasting in Nederland en 
    • Aanleg openbare werken (bv spoorwegen) 
    • Verbeterde infrastructuur Java 
    • Geleidelijke invoering geldeconomie door plantloon 
    • Suikercultuur niet mogelijk zonder cultuurstelsel
    • Machtsmisbruik door zowel residenten als regenten, bijvoorbeeld: 
      • Toewijzen lucratieve contracten aan vrienden 
      • Illegale landrente en herendiensten 
      • Verminderde verbouw rijst zorgt voor hogere prijzen, algehele armoede 
    • Critici: 
      • Baron van Hoëvel (1850) 
      • Eduard Douwes Dekker (1860): Max Havelaar 
      • Van den Brand (1902): tabaksplantages Deli
Engelse overheersing 1810- 1815
  • Sir Thomas Raffles was Gouveneur- Generaal
  • Indië was vanaf dat moment onder leiding van de East India Company (Engelse tegenhanger van de VOC)
  • Raffles had een grote afkeer van het oude stelsel van dwangcultures. Hij schafte het monopoliestelsel van de VOC af (waarin de boeren/vorsten alleen met de VOC mochten handelen) en ook de bijbehorende herendiensten. 
  • Hij liet het vervangen door een liberaal economisch systeem. De boeren beschikken vrij over de opbrengst van hun grond. Er kwam vrijhandel.
  • Hij voerde wel een geldeconomie in dat men landrente ging noemen. boeren moesten slechts een jaarlijkse huur of pacht betalen aan de gouvernement. 
  • Het doel hiervan was:
    • De uitschakeling van de lokale machthebbers (de boeren mochten immers aan iedereen leveren) en hierbij een productie verhoging. 
    • Het vorderen van de landrente werd gedaan door Europese ambtenaren. Zij hadden rechtstreeks contact met de inheemse dessa hoofden (dorpshoofden.) 
  • Het gevolg hiervan was:
    • De feodale regenten (adel) werd buiten spel gezet (ontfeodalisering van de inheemse samenleving). 
  • Er waren enkele pogingen van de Javaanse vorstenhoven om hun oude positie terug te winnen. Maar deze werden door Raffles met militair geweld de kop ingedrukt. 1812 werd het Kraton van Yogjakart bestormd en geplunderd door de Britse troepenmacht. 
  • Deze bestorming was een definitief keerpunt in de Javaanse geschiedenis.
  • Voor het eerste verovert een Europese macht daadwerkelijk het hof van een Javaanse vorst. 
  • Dit optreden tegenover inheemse vorsten betekende niet dat er geen interesse in of respect voor de culturen van Zuidoost- Azië was, het tegendeel was waar.
  • Raffles schreef over de samenleving en de geschiedenis van Java. Hij liet hiervoor alle mogelijke historische documenten verzamelen. In zijn boek beschrijft hij dat de Javanen zeker niet lui zijn en geestelijk zeer vermogend. 
  • Op zijn initiatief laat hij de toegang tot de Borobudur herstellen (boeddhistisch monument). 
  • Na het Congres van Wenen (1815) waarbij het doel de herordening van de staatkundige verhoudingen na de Napoleontische oorlog bevatten werd Indië weer Nederlands bezit. Er vond een restauratie plaat.
Nederlands staatsgezag
  • Het bestuur van de Koloniën was in handen van de Koning. Hij werd hierbij geadviseerd door de minister van koloniën. 
  • Na 1848 ging dit bestuur naar het parlement en de regering.
  • Het centraal bestuur was in Batavia onder leiding van de Gouverneur- generaal.
  • Het lokale bestuur werd gedaan onder leiding van residenten, die weer werden bijgestaan door assistent- residenten. 
  • Daarnaast bleef ook het eigen bestuur door de Indonesische adel bestaan.
  • Er was een dualistisch bestuursstelsel voor- en na het invoeren van het Cultuurstelsel. 
    • Het Nederlandse en inheemse bestuur functioneerde naast elkaar. 
Johannes van de Bosh: grondlegger van het cultuurstelsel 1830-1915
  • Johannes was vanaf 16 januari 1830 Gouverneur- Generaal van Nederlands Indië
  • Hij kende Indonesië goed omdat hij op Java landheer was geweest en officier in het Koloniale leger.
  • Toen Johannes werd aangesteld, stond het voor hem vast dat Indonesië een Nederlands wingewest moest gaan worden. 
  • Het doel van zijn cultuurstelsel:
    • Exploratie van Java t.b.v. de Nederlandse schatkist. De verkregen winsten moesten naar de Nederlandse staat.
  • Zijn aandacht was vooral gericht op Java. Dit was een makkelijk te ontginnen gebied dankzij de grond.
  • Hij was zeer conservatief en een sociaal- Darwinist
  • Johannes vond dat het koloniaal bestuur moest aansluiten bij de bestaande structuur van de inheemse maatschappij.
  • Het Cultuurstelsel kon alleen een succes worden met behulp van de inheemse hoofden (regenten) op Java. Het inheemse bestuur werd gerefeodaliseerd. De regenten werden erfelijk opgevold, het salaris gedeeltelijk in rijstvelden en woeste gronden uitbetaald. Het ambt werd erfelijk gemaakt en zij kregen eigen milities. 
Agrarische wet van 1870
  • Europees particulier ondernemerschap werd mogelijk in de landbouw.
  • Javanen kregen volledig bezit over hun eigen grond.
Afschaffing cultuurstelsel 1860-1915
  • Als eerste kwamen de onvoordelige landbouwgebieden los van het cultuurstelsel
  • Vervolgens meer onder druk van de overwegend liberaal parlement van Nederland
  • Invoering suikerwet en agrarische wet van 1870
    • Suikerwet bepaalde dat het gouvernement alleen nog voor de aanplant van suikerriet zorgde. Particuliere fabrikanten zorgde voor de rest van de suikerproductie.
  • Veel ethische bezwaren (Max Havelaar, slavernij)
  • De gevolgen voor de bevolking was minder onderdrukking
Particuliere ondernemers
Dankzij een hoop nieuwe wetten krijgen de particuliere ondernemers na 1850 steeds meer toegang tot Indië. Er worden steeds meer particuliere bedrijven op gezet. Sumatra begint met Tabak, koffie en rubber verbouwen. De ondernemers werden ook actief in de mijnenbouw. In 1884 wordt er op Sumatra olie ontdekt. Dit betekent grote winsten voor de particuliere ondernemers. Er was echter snel een tekort aan arbeiders, waardoor men chinezen ging overschepen. Later werden veel Javanen contractarbeiders. 

Koelies
Chinese werknemers. Zij tekenden een wurgcontract. Hierin stond dat ze een voorschot kregen op hun loon en dan drie jaar moesten werken tegen een laag loon. De werk en woonomstandigheden waren slecht. Ze werden door middel van geldboetes en lijfstraffen in bedwang gehouden. Toen er een wet werd aangenomen die ervoor zorgden dat kolies vervolgd konden worden als zij hun contract niet na kwamen, werd het helemaal erg. 

Verhoudingen tussen de binnenlandse- en inheemse bestuur.
In principe stond het bestuur onder leiding van de Koning sinds 1815. Maar in werkelijkheid was dit de minister van Koloniën. De koning bemoeide zich nergens echt mee. De minister hield de koning op de hoogte en had contact met de Gouveneur- Generaal. Er waren maar een klein aantal Nederlandse ambtenaren. Het inheemse volk werd in principe bestuurd door de inheemse bevolking. Deze regenten stonden onder direct gezag van de Nederlanders.
De gouveneur- generaal was de vertegenwoordiger van de koning. Hieronder stond de resident.
middelpunt van het koloniaal bestuur in zijn gewest. Hoofd van het gewestelijk bestuur, voorzitter van plaatselijke landraad. Toezichthouder op infrastructuur en landbouw en nijverheid bevorderen. Tevens verantwoordelijk voor beheer van gewestelijke financiën. Tijdens Cultuurstelsel hielden zij toezicht op de cultures, inkoop, opslag en transport. Door uitkering van de cultuurprocenten verdienden de meeste residenten goed.
Afhankelijk van de grootte van zijn gewest bij gestaan door assistent-residenten. Gewest werd onderverdeeld in districten die door hen werden bestuurd. Taken: inning van de landrente. Zowel resident als assistent-resident had bevoegdheid om via de landraad recht te spreken over kleine vergrijpen als diefstal. Andere taken: bevorderen van landbouw, toezicht houden op belastingen en infrastructuur van district.
Assistent resident werd ondersteund door een controleur. Taken: tijdens Cultuurstelsel toezicht houden op hoeveelheden gewassen die geplant waren.
Controle of gronden en gewassen goed werden onderhouden.
Geen eigen bevoegdheden.
Resident werd ook terzijde gestaan door gewestelijke
secretaris.

Taken: verving resident bij afwezigheid indien er geen assistent-
resident was gevestigd. Verder ondersteunde hij de resident
met de administratie. Vaak hard werken om enorme hoeveelheid
ambtelijke stukken te verwerken

Inlands 
  • Bestond uit Inheemse vorsten die regeerden met behulp van plaatselijke hoofden. Deze was hiërarchisch opgebouwd.
  • Regenten aan hoofd, hieronder de districtshoofden of wendana’s, tenslotte de onderdistrictshoofden en de dessahoofden
  • Inheemse hoofden regelden de aanplant van exportproducten en zorgde dat de herendiensten werden uitgevoerd 
  • Veel regenten waren priyayi (adellijke stand op Java) met deze elite ging het Nederlands bestuur vanaf de tijden van de VOC al relaties aan
  • Verhouding tussen regeneten en Europees Bestuur werd omschreven als de vertrouwende raadslid van de resident. Zowel resident als de assistent-resident moet zich gedragen t.o.v. de regent als een jonge broer. Ook de controleur diende zich zo te gedragen t.o.v. het districtshoofd. 
  • Voorschriften voor omgang tussen de resident en regent; door zijn linkerarm in de rechter van de resident te haken gaf regent aan dat zijn gezag steunde op dat van de Nederlanders

zaterdag 25 oktober 2014

Polariserend: Samenvatting boek vanaf p. 209

Roomse- Rode coalitie
Dit bestand hield ruim een decennium stand (1946-1958).
De redenen hiervoor waren:

  • Er was geen grote aardverschuiving bij de verkiezingen. In grote lijnen werden de verhoudingen van voor de oorlog hersteld. 
  • Nederland was tijdens de oorlog verwoest en leeggeplunderd. Voor de wederopbouw moesten de onderlinge partijpolitieke vetes maar even opzij gezet worden. 
Manieren van wederopbouw:
  • lage lonen
  • voortzetting van de rantsoenering 
  • een door de minister van Financiën Pieter Lieftinck (PvdA) geleide rigoureuze geldzuivering waarbij de geldhoeveelheid, die tijdens de bezetting enorm was gegroeid, met 60% werd ingekropen.
Marshallplan
  • Amerikaans hulpprogramma
  • er werd tussen 1948 en 1954 werd er 1127 miljoen dollar ontvangen. 
  • Nederland kreeg, van alle landen in West- Europa, het hoogste bedrag. 
  • De arbeidsproductiviteit moest omhoog door modernisering van de industrie en bovenal aanzienlijke versterking van ordening, planning en de toepassing van het toverbegrip efficiency. 
  • De staat begon een ambitie te krijgen om de bevolking bestaanszekerheid te bieden.
  • Democratie, maatschappelijke vrede, massaconsumptie, een zorgzame overheid en regelmatige economische groei zou zorgen dat een heropleving van het fascisme als uitbreiding van het communisme voorkomen kon worden. 
  • Het beleid werkte niet gelijk, omdat de Nederlandse economie nauw verbonden was met de Duitse.
Nederlands-Indië 
  • Voor de oorlog was ruim 13% van het nationaal inkomen afkomstig uit Nederlands Indië.
  • Al in 1942 hield Koning Wilhelmina een rede waarin ze grote autonomie beloofd aan Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen. 
  • 17 augustus 1945 Soekarno en Hatta roepen de Republiek Indonesi:e uit. 
    • Nederland was nog niet bij machte om een een effectief gezag te herstellen 
    • Er was grote internationale druk om tot overeenstemming te komen met het nationalistische bewind. 
  • 27 december 1949 Koningin Juliana tekent de soevereiniteitsoverdracht aan de Republik Indonesia. 
  • Er waren veel verwijten in de politiek over de dekolonisatie:
    • Links --> ging akkoord met een oorlog tegen de onafhankelijkheidsbewegingen 
    • Rechts--> legt zich te snel neer bij het einde van de Nederlandse kolonisatie. 
  • Nederland moest nog lang wennen aan hun nieuwe positie in de wereld
Wederopbouw
  • Een redelijk aantal van de Nederlanders wilden emigreren.
    • Verlangen naar een welvarender bestaan
    • vrees voor de koude oorlog 
  • Communistische staatsgreep in praag, februari 1948
    • angst dat er meer landen communistisch zouden gaan worden. 
  • Sterke bevolkingsgroei. 
    • bevolkingsdichtheid. 
    • Nederland raakte simpel weg te vol. 
    • ongekende woningnood. 
    • een voortdurende uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen. 
    • Aanpak:
      • Forse uitbreiding van de industrie
        • productiekosten (de lonen) zo laag mogelijk
        • de winsten zo snel mogelijk te investeren
        • de export zoveel mogelijk te bevorderen. 
    • het reëel nationaal inkomen per hoofd van de bevolking bereikte in 1948 al het peil van 1938 en kwam daar in 1950 ruimschoots bovenuit. 
  • De prijs hiervan was wel dat de economie een allesoverheersende waarde werd in de samenleving. 
  • Vrijwel alles moest wijken voor:
    • werkgelegenheid
    • industrialisatie
    • groei
  • De klassenstrijd werd gestaakt.
    • werknemers en werkgevers werkte nauw samen
    • er werd akkoord gegaan met een laag loonpeil. 
  • Stichting van de Arbeid
    • werknemers zouden zich niet meer richten op het verwerven van een belangrijke invloed op het niveau van de bedrijven.
    • in ruil daarvoor zouden zij voortaan op nationaal niveau een belangrijke stem krijgen in het arbeidsvoorwaardenbeleid en de sociale wetgeving. 
  • 1950--> oprichting De Sociaal- Economische Raad
    • een adviesorgaan van 45 leden
      • werkgevers, de werknemers en de regering --> elk 15 leden. 
    • friendly rivalries
    • de regering had zich wettelijk verplicht om over alle kwesties die van belang waren voor de sociaal- economische verhoudingen aan de SER advies te vragen. 
    • Poldermodel
  • Puriteinse moreel
    • de man was het hoofd van het gezin en zorgde voor het inkomen, de vrouw verzorgde het huishouden en de kinderen bloosden van gezondheid en leergierigheid. 
    • Harmonieuze ongelijkheid
  • technisch- materiële beschaving en de moreel- Ideële cultuur waren uit elkaar aan het groeien
    • jongeren zouden bijna vanzelf in de leegheid van een onwaardige massacultuur belanden. 
Verzuildheid
  • Na de oorlog was de helft van de bevolking was lid van een of meer verzuilde verenigingen. Dit aandeel bleef stijgen. 
  • De aandelen van de katholieke, protestanten en gereformeerde groeide langzaam, door de grote gezinnen. 
  • Katholieken waren het onderling niet veel eens. Hierdoor leek hun partij meer op een eigen parlement. 
  • Na de Tweede Wereldoorlog leek het nauwe verban tussen geloof en politiek losser te worden.
  • Bisschoppen besloten in te grijpen toen er afbraak van binnenuit dreigde. 
    • een gelovige katholiek had buiten zijn zuil niets te zoeken. 
    • Reactie Romme(KVP)
      • katholieken waren de exclusieve achterban van de KVP. Doorbraak was diefstal.
      • Hij weigerde hierover in debat te gaan. Het was slecht aan de katholieke gemeenschap om vast te stellen welke rechten en plichten voortvloeiden uit het katholiek zijn. 
      • democratie werd hier gereduceerd tot geloofsvrijheid. 

E55
  • 10 mei 1955- Koningin Juliana opende de Nationale Energie Manifestatie 1955, ook wel E55.
  • Laten zien wat de energie van de Nederlanders had bereikt. 
  • 31 januari op 1 februari 1953
    • braken er diverse dijken door. 
    • Het Deltaplan
  • Aanpakken van het landschap:
    • Schaalvergroting
    • mechanisatie
    • prijsbeheersing.
  • Sicco L. Mansholt
    • Sociaal- Democratisch minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening 
    • productiviteit opvoeren
    • ondersteund met subsidies
    • inkomen van de boeren laten meestijgen met de algemene loonontwikkeling. 
  • beroepsstrateficatie i.p.v. klassentegenstelling. 
    • een beeld leefde van een hiërarchie die heel geleidelijk opliep van laag naar hoog, dat de sociale ladder korter werd en de afstand tussen de verschillende sociale lagen gering.

donderdag 23 oktober 2014

Aantekeningen Surinesië

Hier volgen de aantekeningen die ik heb gevonden van Surinesië.
Ze staan niet op volgorde en zullen ook niet compleet zijn, maar het is wat!

Indonesië

  • 2 politionele acties
    • hoofdkwartier TNI--> Jogjakarta
    • leiders: Soekarno
    • tweede politionele actie was een militair succes
      • veel terien winst
      • Soekarno gevangen
      • niet vol te hounde--> Bevoorrading en steun volk = moeilijk
Suriname
van zelfbestuur naar onafhankelijkheid
  • 7 december 1942: Koningin Wilhelmina belooft intern zelfbestuur na WOII (voor alle kolonies)
    • waarom?
      • Atlantic charter--> Einde kolonieën volgens de V.S. (Indonesië werd ingenomen door de Japaners, Soekarno haakt hierop in). 
      • Indonesische Nationalisten
        • reacties:
          • Creolen: Positief (anti- verindisching)
          • Hindostanen: Afwijzend (bang voor creoolse overheersing).
      • geen onafhankelijkheid streven, in tegen stelling tot Indonesië
        • wel meer zelfbestuur intern
        • geen onafhankelijkheid van het koninkrijk (er was geen eenheid, onderling wantrouwen). 
Politiek Suriname
  • Belangenverenigingen i.p.v. politieke partijen
    • bijvoorbeeld:
      • Creoolse NPS (Nationale Partij Suriname)
      • Hindostaanse VHP (Verenigde Hindostaanse Partij)
      • Javaanse KTPI (Kaum Tani Persatuan Indonesia)
  • Districtenstelsel in het voordeel van creolen en nadelig voor nationale politiekvoering
  • vanaf 1950 'verbroederingspolitiek'tussen NPS (pengel en VHP (Lachmon)
    • De groep onderling weinig contact, laten elkaar met rust, als er samen iets moet gebeuren, doen we dat. Beetje verdeel en heers. 
  • Doel: Samenwerking aan de top maar naar de achterban toe ras-sentiment stimuleren
  • 'regelen'
    • corruptie, omkoping door beide partijen. 
Onafhankelijkheid 1975
  • VHP aanvankelijk tegen want regering uit Nederland garandeerde de Hindostaanse positie.
  • na 1973 creoolse regering onder leiding van Henck Arron, streven om in 1975 onafhankelijkheid te verwerven. 
  • In ruil voor evenredig kiesstelsel en snelle verkiezingen na de onafhankelijkheid, toch steun van de VHP. (Defensie werd betaald door de Nederlanders, Aantal zaken worden afgekocht. Nederland houdt dus indirect nog inspraak).
  • valkuilen
    • amper nationaal culturele verbondenheid
    • ongelijkheid onderwijs en beheersing Nederlands
    • Stereotype manier van denken over elkaar.
  • Kopstukken
    • Nps- Jopie Pengel
    • VHP- Jaggemath Lachmon
    • Nps- Henk Arron. 
Indonesië
Nationalisme tot 1927
Nationalisme kwam door:
  • scholing
  • zelfbewust zijn
  • leren over geschiedenis en politiek
    • er komt een nieuwe elite (toekomstige leiders van de nationalitische bewegingen).
    • elite werd opgeleid, maar geen gelijke kansen
  • informele apartheid
    • in de wet stond niet dat je niet eerste klas mocht reizen, toch werd dit niet geaccepteerd. 
  • sociale veranderingen in de maatschappij
    • snelle stedelijke groei
    • nieuwe inheemse stedelijke klas
  • sociale verandering platteland: veel bemoeienis van het koloniale bestuur
    • politiek zachte dwang--> hoewel goed bedoelt toch dwang. 
  • Internationale context
    • invloed van japanse overwinning op rusland in 1905.
    • ontwikkelingen in India: 1885: Indian National Congress: na 1905 streven naar onafhankelijkheid, 1917 belofte voor zelfbestuur. 
    • Eerste Wereldoorlog: VS veschijnt op het wereldtoneel: weinig sympathiek t.o.v. Europese kolnoialisme en zelfbechikingsrecht van Wilson. 
Politiek klimaat tot 1918
  • ethische idealen: langzaam opleiden tot zelfbetuur
  • Nederlands Parlement meer behoudend
  • 1918--> instelling van de volksraar
  • Na Toli- Toli incident in mei 1919
    • volksoproer: opleggen corvee plichten. Nederlandse controleur vermoord. SI krijgt de schuld in de Europese per.
  • Garut Incident in Juni 1919
    • gedwongen rijst opkoop. Schietpartij Javaanse landeigenaar vermoord. SI krijgt weer de schuld van de Europese pers. 
  • Ontwikkeling nieuwe machtsmiddelen om bevolking te controleren. 
    • 1921: naast bestuurspolitie en stadspolitie nu ook veldpolitie
    • oprichting gewestelijke recherche: controle van de nationalistische activiteiten. 
  • Ethische politiek rond 1920 kracht verloren. 
Stiuatie rond 1927
  • GG A.C.D. de Graeff (1926-1931)
  • ethicus: herstellen van het vertrouwen van de nationalisten in het gouvernement.
  • twee tendenties:
    • politieke partijvorming uit gevoel van achterstelling
    • groepsvorming ter verdediging van gevestigde belangen
Rond 1927: nieuwe generatie nationalisten
  • nadruk op Indonesische eenheid--> allemaal samenwerken
  • roep om onafhankelijkheid
  • onwil om samen te werken met de Nederlanders
  • Soekarno roept op tot non- cooperatie
eenheid verkrijgen door gezamelijke identiteit van alle Indonesiërs: veel gemeen in cultureel opzicht. Naast hun eigen taal spraken ze maleis en gelijksoortige ervaringen (300 jaar koloniaal bewind). 

Marheaenisme
  • Indonesische versie van het Marxisime (gaat ui van een stedelijke samenleving)
Dat de meeste Nederlanders in staat bleken het bestaan van een krachtige nationalistische beweging te ontkennen had verschillende oorzaken: 
  1. Omslag in het denken over het karakter van Oosterse Samenlevingen
  2. De gedachte dat er helemaal geen Indonesische natie bestond
    1. Indonesisers konden bepaalde dingen gewoon niet, olie winnen. Dus de Nederlanders moeten altijd blijven. 
Random post- its bij deze aantekeningen:
  • Sarekat Islam--> Islam als uitgangspunt belangen organisatie. 
  • Tjokroaminoto--> Belangrijke nam Soekarno
  • Stovia eerst alleen voor meer scholen voor de Javanen--> geen politieke partijen?
  • Radicaleren door:
    • Aanhang communisten
    • Russische Revolutie
    • meerdere partijen lid van zijn
  • Wilde scholen--> nationalistisch les Tamansiswo- scholen
  • Socialisten tegen de kolonialisme. 
Suriname
Transformatie van de koloniale maatschappij
1863-1942--> Einde slavernij

Afschaffing slavernij 1863
  • slaven worden bevrijd, maar blijven in Suriname
  • Vele bouwen een zelfstandig bestaan op buiten de plantage (zelfvoorzienende boeren, handwerkers in de stad). 
    • Brits- Indische Koelies (landarbeiders) en Javanen.
      • Woningen
      • Brits- Indië niet blij--> Hardwerkende krachten weg
      • Betere omstandigheden voor hindoestanen
      • Javanen worden onderklassen--> was het al op Java
    • Tot 1929 beleid gericht op assimilatie, daarna verindiching: bevoordelen van ambtenaren met Indische ervaringen ten koste van creolen en bevoordelen Aziatische boeren
    • (1929--> Beurskrach!!)
  • Suriname moet een soort tweede indonesië worden. 
    • kopieren cultuur (scheiding verschillende bevolkingsgroepen--> ethnische scheiding na 1929. Tegenovergestelde van assimilatie). 
    • Hindoestanen zorgen voor voedselproductie
      • onhandig voor vreolen (afrikaanse bevolking suriname).
        • wordt niks voor gedaan, alleen maar slechte dingen.
    • vertraagde reactie darwinisme/modern imperialisme. 
Anton de Kom (1898-1945)
  • zoon van een slaafgeborene (vader was dus nog slaaf)
  • de Kom komt naar Nederland
  • in 1921 naar NL verhuist en actief geworden in links nationalitiche Indische organisaties
  • in 1933 kort teruggekeerd naar Suriname maar snel gearresteerd vanwege 'ondermijnende activiteiten'
  • adviesbureau, vooral voor arbeiders Hindoestanen/Javanen
    • in Suriname--> mobiliseren arbeiders socialisme
    • opgepakt: voorarrest of terug naar Nederland.
  • tijdens protesten tegen zijn arrestatie vielen 2 doden en 30 gewonden (7 februari 1933, zwarte dinsdag).
  • teruggestuurd naar Nederland, schreef hij 'wij slaven van Suriname'
    • zeer belangrijk boek! Eerste boek tegen slavernij (geen bevrijder van slaven, geestelijke bevrijding). veel creolen zien hem als held, beetje bijbel.
  • tijdens WOII actief voor communistisch verzet (niet echt communistisch, maar schade zich achter hen) uiteindelijk gedeporteerd en gestorven in Neuengamme
  • Anti- koloniale gevoelens door contact met Indonesiers.
  • voor Surinamers een soort Messias
    • gedachtes over de kom waren groots. 

woensdag 22 oktober 2014

Nederland in een polariserende wereld- leereenheid 2

Nederland tijdens de tweede wereldoorlog

Tijdlijn
Binnenland 
1 september 1939- Duitsland valt Polen binnen
3 september 1939- Engeland en Frankrijk verklaren Duitsland de oorlog
30 november 1939- Rusland valt Finland binnen
14 december 1939- Rusland verlaat de volkenbond.
9 april 1940- Duitlsand valt Denemarken en Noorwegen binnen.
10 mei 1940- Churchill wordt eerste Minister in Engeland
10 mei 1940- Duitsland valt Nederland, België en Luxemburg binnen
14 mei 1940- Bombardement op Rotterdam
10 juni 1940- Italië, samen met Duitsland en Japan, verklaren aan Engeland en Frankrijk de oorlog.
22 juni 1941- Start "operatie Barbossa". Duitsland valt de Sovjet Unie aan.
12 juli 1941- Engeland en de SU tekenen een wederzijds bijstandsverdrag.
1 september 1941- De Duitsers zetten Joden ertoe om gele sterren te dragen. Ook gaan de eerste gasexperimenten van start in Auschwitz
7 december 1941- Japan valt Pearl Harbor aan
11 december 1941- Duitsland verklaart de VS de oorlog.
20 januari 1942- De Nazi- top beslist dat de Joden massaal uitgeroeid moesten worden.
Juni 1942- De massamoorden op de Joden beginnen in Auschwitz
9/10 juli 1943- Geallieerde troepen landen in Sicilië
25/26 juli 1943- Arrestatie van Mussollini
6 juni 1944- D-Day
Hierna volgen vele bevrijdingen
30 april 1945- Hitler pleegt zelfmoord.
5 mei 1945- Nederland wordt bevrijdt.
8 mei 1945- VE-DAY (Victory Europe day)
23 mei 1945- Himmler pleegt zelfmoord.

Leereenheid
Duitsland had drie doelen met het annexeren van Nederland:
Gelijkschakeling
Nederland was een broederland en moest genazificeerd worden.
Ze werden eerst heel voorzichtig aangepakt "fluwele handschoenen". Ze mochten zelfs een burgerbestuur houden. Maar na de februaristakingen in 1941 werd de aanpak harder. Maar dankzij de verzuiling en de kerken had het Nazisme bijna geen invloed op de Nederlanders.
Economische uitbuiting.
Nederlandse economie werd gebruikt om de Duitse Oorlog te betalen. Denk hierbij aan het leveren van Voedsel, goederen en vooral arbeidskrachten. Arbeitseinsatz leidde tot verzet en grootschalige onderduiking. Doordat Duitsland alles vorderde, kwam Nederland straatarm uit de oorlog.
Jodenvervolging
Bij de joden vervolging gingen de Duitser methodisch aan de slag:

  • Registratie 
  • Isolatie
  • Deportatie
  • Destructie
  • Genocide
Er waren drie reacties van de Nederlandse bevolking:
Verzet
Duidelijk verzet tegen de Duitse overheersing
Accommodatie
Hierbij werd er waar nodig aangepast. 
Collaboratie
Meewerking

Lou de Jong
Had boeken geschreven over Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij kreeg veel kritiek:

  • Hij werkte teveel in goed en fout
  • Hij overdreef waarschijnlijk de omvang van het verzet en onderschatte de omvang van de collaboratie.
  • Hij zou een eng- nationalitisch standpunt hebben gehad. 
  • Gek genoeg zag hij alleen georganiseerd verzet als verzet en onderschatten hij het onderduiken



vrijdag 17 oktober 2014

Surinesië: Boek- Zover de Wereld Sterkt deel 1

Let op: Dit is een soort van geheugensteuntje van de tekst. Niet alles wat belangrijk is staat hierin!

De tijd van Wereldwijde revoluties.
  • Het eeste deel gaat over de steun die de Republiek geeft aan een zeer jonge Verenigde Staten. 
    • Engeland is hier niet al te blij mij. Zeker omdat de Republiek hun steun niet verhulden en ook werkelijk spullen ging leveren.
      • Gevolg: De vierde Engelse oorlog(1780)
  • 4 Juli 1776--> onafhankelijkheid van de Verenigde Staten werd afgeroepen.
    • wereldwijde consequenties.
  • Er was veel aan het gebeuren in deze periode--> veel politieke omwentelingen
    • De Franse Revolutie (1789)
    • De Verlichting (nieuwsgierig rationalisme)
      • Besef dat Europa vooruitging (zeker ten opzichte van Azië en Afrika)
      • Economie en samenleving.
    • The Great divergence 
      • de economiche ontwikkeling van enerzijds de westerse wereld en anderzijds vrijwel geheel Azié en Afrika. 
  • Engeland neemt plaat van de VOC in.
    • De VOC had snel schulden gemakt door het opdrogen van inkomsten.
    • Er werden forse leningen uitgeschreven--> er veranderde niks. 
  • VOC was al eerder begonnen met een neergang:
    • veranderingen in de handel in Azië (Engeland haalde hier profijt uit)
    • ondoorzichtige bedrijfsvoering in Nederland
    • de corruptie van compagniesdienaren in Azië 
    • Compagnie was een souvereine macht geworden in Azië, wat veel geld kosten om in stand te houden (leger etc.)
  • Frankrijk trok in 1794 de Republiek binnen en de Bataafse Republiek was een feit.
    • er kwamen nog enkele veranderingen voor de VOC (zoals het bestuur)
    • maar in 1795 bestond de VOC eigenlijk al niet meer.
    • Voor Engeland betekende dit dat de grootste concurrent weg was.
      • al was Frankrijk wel aan het opkomen met Napoleon.
        • Egypte werd tijdelijk ingenomen door Napoleon, maar Engeland sloeg terug.
  • Eigenlijk werd er alleen vastgehouden aan de overzeese kolonies omdat het economische voordelen had. 
    • Op Java ging het goed. Veel economische voorspoed. Er viel weinig te merken van de veranderingen in Nederland (al nam de Engelse invloed wel toe). 
  • Van Hogendorp was een voormalig VOC man en vond dat de manier waarop de kolonie werd bestuurd niet overeenkwam met het nieuwe Nederland.
    • In Nederland werden deze ideeën goed ontvangen. 
    • Er moest een nieuwe rechtvaardige regering komen en de Javanen moesten meer vrijheden krijgen en "eigen" grond. 
      • Ethische politiek
  • Nederburgh had andere ideeën. Hij vond juist dat het VOC stelsel moest worden gehandhaafd.
    • Heren werden samen geplaatst in een comisie die moest besluiten over het bestuur van Indonesië.
    • De ideeën van Hogendorp werden welliswaar erkent, maar de Javaanse cultuur werd er niet rijp voor geacht. 
    • De kolonie was er om winst uit te halen, niet om verlichte idealen op toe te passen. 
Daendels en Raffles
  • Koninkrijk van Holland
    • daadwerkelijke machthebben: Napoleon Bonaparte.
      • Hij wilde Java uit de handen houden van Engeland.
    • Er kwam echter nieuws uit Java dat dit niet echt al te makkelijk ging.
      • Napoleon stuurt: Willem Daendels
      • Nederlandse Maarschalk
  • Bij aankomst begon Daendels gelijk met hervormen.
    • Bestuur
      • Centrale secretarie werd opgericht 
        • middelpunt van de gehele koloniale administratie
      • Generale rekenkamer
        • het financiële toezicht
      • Raad van Indië (bestond al)
        • terug gebracht naar een adviserend college.
    • Java was een Nederlandse kolonie= bestuurd worden door ambtenaren 
      • Niet door handelaren en kooplieden die alleen uit waren op eigen gewin. 
      • eiland werd verdeeld in 9 perfecturen onder leiding van een ambtenaar
    • Defensie
      • hij breidde het leger uit
    • Infrastructuur
      • Daendels was onder de indruk van de Keizerlijke wegen in Frankrijk
      • Groote Postweg (een weg van Oost naar West Java)
    • Regeringszetel werd verplaats van Batavia naar Weltevreden. 
      • Batavia raakte hierdoor in definitief verval
    • Regenten
      • zij waren zich als vorsten gaan voelen over hun regentschappen
      • Nu werden ze instrumenten voor de Gouveneur
      • en hij ontnam de erfopvolging bij regentenbenoemingen. 
    • Sultans
      • Daendels eisde veel van de sultans (macht overgave bijv.)
        • had zich twee maal tegenover sultans laten gelden.
        • Veel ontevredenheid onder de inheemse bevolking, maar ook angst.
        • vorstendommen werden teruggebracht tot slechts autonome gebieden binnen Nederlands- Indië
        • De verpachting van Java's noordkust werd afgeschaft en dit was een financiële tegenvaller voor de vorstendommen. 
    • Daendels was ervan overtuigd dat het VOC stelsel gehandhaafd moest worden en de Javanen gedwongen moesten blijven worden hun tropische spullen te leveren. Dit was beter, omdat de javanen onder ontwikkeld waren. 
    • Tegenstanders vonden juist dat men (net zoals in de VOC tijd) de inheemse vorsten moest laten, omdat dit stimulus en good will gaf. 
    • Daendels haalde veel inkomen uit de koffieteelt, maar toch raakte hij in financiële problemen. Hij besloot stukken land te verkopen. De kopers waren vaak schatrijke Chinezen. 
  • Ookal lijkt het alsof Daendels veel heeft veranderd, veel bleef bij het ouden. 
    • Hij moest werken met de corrupte ambtenaren uit de VOC tijd. 
    • De wijzen waarop de koloniale macht aan zijn inkomsten kwam bleef hetzelfde
    • hoe de Javaanse boeren producten voor de wereldmarkt leverden. 
    • Daendels legde wel een basis voor de koloniale staat van de negentiende eeuw. 
  • Uiteindelijk werd Daendels vervangen door J.W. Janssens (voormalig gouverneur van de Kaapkolonie). Hij zou op 16 mei 1811 aantreden.
    • invasie van Engeland --> 3 augustus 1811.
      • al snel was Batavia ingenomen
      • Janssens vluchten naar Midden-Java, waar hij hoopte op de steun van de Javaanse vorsten. 
      • 17 september was de capitulatie. 
    • De Engelse dachten heel anders over hoe Java geregeerd moest worden
      • Raffles werd benoemd tot luitenant- gouverneur
      • Lord Minto (gouveneur- generaal van Brits- Indië) vond dat er meer rekening gehouden moest worden met de wil van de inheemse bevolking. 
      • Raffles wilde de Javaan sociale en economische vrijheid geven en hem bevrijden van het juk van zijn eigen hoofden.
      • De EIC was echter niet helemaal blij met de toevoeging van dit gebied aan hun koloniale rijk. Ze vonden dat na de napoleonse overheersing van Nederland, het gebied misschien wel terug gegeven moest worden. 
      • Raffles had echter andere ideeën en het gebied moest dus snel winst opleveren.
        • Dit ging echter niet zoals gepland. 
        • De grootste inkomst kwam vanuit de koffie, maar deze werd verschipt door de Amerikaanse schepen. maar door de Brits- Amerikaanse oorlog in 1812, kwamen de Amerikanen niet meer naar Java. 
        • Raffles richten een commissie op om een nieuw stelsel te ontwerpen
          • niet alleen voor winst, maar ook voor de zorg van de inheemse bevolking.
        • Veranderingen:
          • monopoliestelsel van de VOC werd afgeschaft
          • de herendiensten werden afgeschaft.  (beide werden vervangen door een liberaal- economisch systeem)
            • hierbinnen waren de boeren vrij om over de opbrengst van hun grond te beschikken en werd er aan het gouvernement een jaarlijkse landrente betaald.
            • De uitzondering op de regel was Preanger, waar de koffiecultuur bleef bestaan. 
              • officiële reden--> inheemse bevolking was het gewend
              • echte reden--> Inkomsten
            • uiteindelijk bleek dit allemaal heel moeilijk en bleef er een gebrek aan geld. Hierdoor hield Raffles vast aan de door Daedels ingeslagen weg van de ontfeodalisering.
        • Raffles zijn optreden tegenover de javaanse vorsenthoven was  van groot belang voor het verdere verloop van de geschiedenis van Indië. 
          • Er was maar één soevreine macht en dat was de koloniale
          • uiteindelijk besloot Raffles de sultan van Jogjakarta af tezetten en er werd een bestorming gedaan op de kraton van Jogjakarta. 
            • "zoals er in Europa een einde was gemaakt aan het Ancien Regime, was er op Java een einde gemaakt aan de macht van de Javaanse vorsten.
          • andere vorst koos eieren voor zijn geld. Stond stukken land af en tekende een vernederende regeling. 

    Surinesië: PPT2 - Suriname

    Powerpoint 2 Suriname- Nederlands Kolonialisme in Suriname.
    De eerste vraag is of De Geoctroyeerde Sociëteit van Suriname (1683-1795) een particulier bedrijf of een staatsbedrijf is. 
    Ik gok dat het een beetje van beide was. In principe lag de macht van Suriname bij drie partijen: de WIC (wat een staatsbedrijf was), de stad Amsterdam en de familie van Aerssen van Sommelsdijck(particulieren). Het is hierdoor heel moeilijk om de Sociëteit onder één van deze twee groepen te benoemen. Maar als we gaan kijken naar wat de Sociëteit heeft gedaan en hoe het door de kolonisten werd bestempeld, kunnen we zeggen dat het een staatsbedrijf was, dat zich als een particulier bedrijf gedroeg. Volgens de kolonisten was het bedrijf immers uit op eigen winstbejag en voldeed het niet aan de beloften. 

    Algemene info over de Sociëteit van Suriname (Niet in PP)

    • Particuliere Nederlandse koloniale onderneming
    • opgericht ing 1683
    • Octrooi verkregen in 1686
    • opgeheven in 1795
    • Doel:
      • Winst maken op het beheer van de kolonie. 
    • Participanten:
      • De WIC
      • De stad: Amsterdam
      • De familie van Aerssen van Sommelsdijck
      • Zij droegen zorg voor:
        • aanvoeren van slaven, kolonisten of planters
        • verdediging
        • bestuur
      • De kosten en baten werden gelijk verdeeld
    • De handel van voor de ingezetenen van de Republiek vrij
    • De inspraak van de planters in de Raad van politie (het bestuur van de kolonie) uniek. 
    Vervolg PP
    Het was in ieder geval een bedrijf dat uit was op veel winst. 
    De participanten van het bedrijf waren:
    • Amsterdam
    • De WIC
    • Familie Van Aerssen van Sommelsdijck
    De belangrijkste export producten waren:
    • Suiker
    • Later:
      • Tropisch hardhout
      • Cacao
      • Koffie
      • Indigo
    Tot 1700 vielen er 170 plantages on der Geoctroyeerde societeit van Suriname. Later waren dat er ongeveer 400.
    Het aantal slaven liep op naar 40.000. Deze werden allemaal geleverd door de WIC.

    Het slaven leven
    De slaven werden geleverd door de WIC.
    Op de 10 slaven was er één blanke.
    Er was een sterfte overschot onder de Slaven (ziektes bijv. Veel stierven al tijdens de reis).
    De levensomstandigheden van de slaven op de plantages waren niet goed.
    Verdeel en heers (Soort van tegen elkaar opzetten door de ene meer macht te geven).
    Mochten vaak wel hun eigen relgie en rituelen houden (plantage handelaren zagen in dat dit nodig was)

    Marronage
    Het in opstand komen of het vluchten uit de slavernij.
    Slavenopstanden waren weinig succesvol want:

    • er was geen goede organisatie
    • Er was vaak geen gemeenschappelijke achtergrond of taal. 
    • Er waren verschillen tussen de posities van de slaven onderling.
    • Op de Caribische eilanden waren geen ontsnappingsmogelijkheden, omdat het eilanden zijn.
    Uitzondering Suriname:
    Boni- oorlogen (1765-1778)
    Boni was een jongenman met een Nederlandse vader en een Slavin. Zijn moeder was gevlucht naar de Marron (groep Afrikanen die zichzelf hadden bevrijdt uit het slavenleven en nu in de bossenleefden). Boni werd de leider van de groep en trainde zijn mensen tot geduchte vijanden van de kolonisten.

    donderdag 16 oktober 2014

    Surinesië: PP1 Suriname

    WIC








    Volgens Bram had de WIC twee "main" doelen:

    • Kaapvaart op de Atlantische Ocean tegen Spanje
    • Driehoekshandel









    Amsterdam- West-Afrika- West-Indië (Suriname)

    Het beroemdste succes van de Kaapvaart was de Zilvervloot van Piet Hein (1628)

    Andere dingen over de WIC (niet uit de powerpoint):
    • Opgericht op 3 juni 1621 (voor een tweede maal in 1675)
    • Opheffing in 1674 (tweede maal in 1792)

    Surinesië: De geschiedenis van Suriname (boekje)

    Het bestuur van Suriname: een voortdurende strijd om de macht
    De handel op Suriname was voor elke ingezetene van de Republiek vrij.

    • (Bij Azië had de VOC de monopolie= VERSCHIL!)
    De kolonie liep niet goed. Er kwam te weinig geld binnen en eigenlijk werkte iedereen elkaar tegen.
    Van Sommelsdijck
    De nieuwe gouveneur (niet zo'n populaire man, omdat hij altijd aan de kant staat van de winnende partij).
    • Begint gelijk met dingen te belasten om geld te genereren (belastingen op suiker bijv.).
    • Hij zorgde er ook voor dat niet zomaar iedereen grond kon krijgen. Hier moest de gouveneur toestemming voor geven.
      • Beide horen bij het protocol
    • Dit was echter in strijdt met het octroi (alle ingezetene van de Republiek zijn vrij in de handel op Suriname) en van Sommelsdijck werd op het matje geroepen. Zijn regels werden hier en daar aangepast en hem werd veel verweten.
      • te laat kiezen van het hof van Politie + te weinig leden.
    • Van Sommelsdijck vond zijn "hof" onbekwaam en dit was niet gek. Meeste mensen die naar Suriname verhuisde waren niet succesvol geweest in de Republiek.
    • In 1685 (jaar na protocol)  bood hij zijn ontslag al aan, maar deze werd niet geaccepteerd. 
    • Van Sommelsdijck was niet erg geliefd onder de kolonisten omdat hij veel deed voor eigen bejag. Zo mocht hij bijvoorbeeld de slaventransport voor eigen bate benutte. 
    • Van Sommelsdijck had ook ruzie met de Zeeuwen. Hij zou hen op verschillende manier benadelen. (bijv. suiker afnemen van mensen die het de Zeeuwen schuldig waren).
    • De WIC had vele klachten over Van Sommelsdijck:
      • hij betaalde zijn aandeel in de lasten niet
      • zorgde er niet voor dat de aangevoerde slaven werden betaald
      • hij ondernam niks tegen de Engelse scheepvaart
    • Toch deed de sociëteit niks aan Van Sommelsdijck.
      • Er waren te veel belangen mee verstrengeld
      • De WIC moest maar meer slaven overbrengen.
    • De problemen met Van Sommelsdijck werden echter in 1688 gewelddadig opgelost:
      • Van Sommelsdijck werd door muitende soldaten dood geschoten.
      • De soldaten hadden geklaagd over het zware werk en hun minimale rantsoen.
      • Van Sommelsdijck had dit genegeerd.
    De muiterij liep uit tot een heuse staatsgreep toen de muiters het Fort Zeelandia in namen en zitting namen in het gouveneurshuis. Swartsenbold werd gekozen als commandant. Uiteindelijk duurde de staatsgreep maar een paar dagen en na belofte van het hof van politie en justitie dat alleen de soldaten die schuld hadden aan de moord op Van Sommelsdijck gestraft zouden worden. 
    Na de dood van Van Sommelsdijck was Suriname welliswaar economisch gegroeid. De suikerproductie liep goed en de inheemse waren gepacificeerd. Of dit door toedoen van Van Sommelsdijck is geweest, kan niet gezegd worden. Het zou zelfs kunnen zijn dat hij dit heeft geremd. 

    Van Scharphuijsen
    • Een van de vele gouveneurs die volgden voor Suriname
    • Hij schafte gelijk alle belastingen die Van Sommelsdijck had ingevoerd 
    • Hij benoemde ook een Hof van Justitie dat met het civiele rechtspraak werd belast.
    • Hij richtte ook een rechtscollege op om kleine zaken op te lossen.
    • Op 6 mei 1689 werd Suriname aangevallen door een Franse vloot en oorlogsschepen.
      • De Franse vielen aan omdat zij alle het Nederlandse als vijand zagen na de bestijging van de Engelse troon door Willem III.
      • De Kolonisten hielden stand en na een week moesten de Fransen zich terug trekken.
    • In 1696 kwam er een einde aan het gouveneurschap van Van Scharphuijsen.
      • De Sociëteit wilde hem weg hebben, maar uiteindelijk nam hij zelf ontslag.
      • Dit kwam vooral omdat zij zich voorbij gelopen voelden door Van Scharphuijsen en dus ondermijnd.
    Van der Veen
    • Redelijk dik met de Sociëteit.
    • Hij riep in de kolonie veel tegenkrachten op.
    • Nam al ontslag in 1707
    Suriname bleef niet gespaard van de Europese conflicten
    • Succesieoorlog (Spanje)
    • Willem III in Engeland
    Suriname werd in 1712 twee keer aangevallen door de Fransen. 
    • Militairen en kolonisten waren  boos omdat ze niet genoeg spullen en soldaten hadden. 
    • Ze vonden  ook dat de Sociëteit te veel bezig was met alles uitleggen naar eigen inzicht. 
      • De sociëteit werd om deze reden voorbijgelopen en er ging een brief naar de Staten- Generaal.
      • De Kolonisten vonden dat er geen nieuwe belastingen mochten komen en dat de SG een vergoeding moest betalen. (omdat de sociëteit niet genoeg geld stak in forten en andere manieren van verdediging.
      • Staten- Generaal stuurde de brief door aan de Sociëteit. 
    • Niet lang daarna aanval twee. Hierbij waren de Fransen in een grote meerderheid en versloegen de Nederlanders. Er werd een overgave getekend. 
    • Stemming in kolonie werd er niet beter op toen de Fransen wilden dat ze dingen gingen afstaan.
      • Staat van Rebellie--> er werd gewaarschuwd voor een mogelijke staatsgreep!
    • Staten- Generaal besteden de kwestie uit. De Sociëteit vond niet dat ze een schadevergoeding hoefden te betalen (voor het geen geld steken in verdediging). 
    • De kolonisten en de Sociëteit maakten constant ruzie over wie wat moest betalen en van wie het de schuld was dat er dus niet genoeg verdediging was geweest tegen de Fransen. 
    • Uiteindelijk waren de kolonisten degene die moesten betalen voor alle schade. 
    • Aanvoer van slaven was te weinig, zeker toen de wegloperij op begon te lopen. De WIC en de Sociëteit besloten om Suriname het aantal slaven te geven waar ze om vroegen. 
      • Aanvoer bleef weinig, dus de plantage eigenaren in de Republiek drongen er op aan om de slavenhandel vrij te geven. WIC voelde hier weinig voor, omdat het een hoop geld op leverden. Er werd een afspraak gemaakt dat de WIC een bepaald aantal slaven moest leveren per jaar. Uit eindelijk werd de slavenhandel ook vrijgegeven voor particulieren. 
    • Vervolgens wilden de plantage eigenaren in de Republiek dat er een nieuw fort kwam. Dit bleek nodig na de Franse inval. Maar wie ging dit betalen? Uiteindelijk werd hier overeenstemming over gevonden. 
    • Maar dit betekende niet dat er een oplossing was voor het bestuur.
      • De plantage eigenaren in de Republiek waren de spreekbuis.
      • Betrokken de SG steeds meer bij de problemen (deze bleken er niet ongevoelig voor).
      • De raden van Politie (in Sur.) probeerde meer macht te krijgen. 
    • Veel ruzies tussen gouveneur en anderen. 




    vrijdag 3 oktober 2014

    Nederland in een polariserende wereld- Leereenheid 3

    Leesonderdeel
    Wilhelmina in 1942--> Wie bevrijding zegt, zegt ook vernieuwing.

    • Nieuwe mentaliteit tijdens bezetting
      • gedragen door mannen en vrouwen die zich tijdens de oorlog tegen de bezetters hadden verzet en bij jongeren in het algemeen.
    Veel overleg onder de Nederlandse Elite
    • Falen van in de jaren dertig niet simpel het gevolg van politieke gebreken, maar van een diepe geesterlijke crisis. 
    • Massa was ontworteld geraakt door egoisme en ontbidding van de sociale verbanden
    • nieuw geestelijk fundament --> personalisme (mens was pas mens als het zich in een gemeenschap bevond).
    • Maar wat moest de uitkomst zijn? 
      • Één nieuwe politieke partij
      • een nieuwe progressieve partij met een vernieuwde SDAP als kern
      • meer een beweging
    • Maar eerst een politieke godsvrede
    • Nederlandsche Volksbeweging
      • werd op 24 mei 1945 opgericht
      • oud tijdperk der wereldgeschiedenis werd afgesloten
      • geestelijke vernieuwing
      • politiek moest fundamenteel van karakter veranderen
        • tijd van kuypers antithese en de klassenstrijd was voorbij
    Pieter Geyl
    • Vond al dit nieuwe maar onzin
    • niet alles wat beter vroeger
    • de ellende kwam volgens hem van verovering (net na de oorlog)
    • Politiek gebasseerd op Jezus, dat kon volgens hem niet. 
    • De vernieuwingen hadden geen programma
    Max Weber
    • de broederlijkheid der directe verhoudingen
    • in deze kringen groeiden het gevoel een natie te vormen onder Koningin Wilhelmina, zij zag zichzelf als een soort stamhoofd.
    Vernieuwingssysteem wat eigenlijk verouderingssysteem genoemd moet worden.
    • Partijen verfristen zich toch 
    • ze waren bereidt samen te werken om Nederland niet alleen te herstellen, maar ook te vernieuwen: het leven moest voor de bevolking als geheel beter worden.
    • een doorbraak
    • oprichting van de Partij van de Arbeid (9februari 1946)
    Willem Drees
    • evenwichtige politicus
    • Algemene hervormingspartij
    • steunend op de middenklasse
    • gericht op solidariteit met de arbeidersklasse
    • herverdeling van inkomens
    • inspiratie kwam van het vooruitstrevende Britse liberalisme
    Katholieken
    • een gebrekkig werkende democratie en een ontoereikend sociaal- economisch beleid.
    • Romme--> Katholieke Volkspartij (KVP)
    Rooms- Rode coalitie
    • KVP+ PVDA
    • partijen zagen elkaar nog wel als directe concurrentie
    • KVP vooruitstrevend
    • PVDA gematigd
    • De paring van de bidsprinhaan: mooi zolang het duurt
    • 1946-1958
    • in grote lijnen werden de verhoudingen van voor de oorlog hersteld
    vragen 3.1
    a. Mentaliteit was sowieso anders dan voor de oorlog, maar het was een beetje vaag wat deze mentaliteit nou inhield. 
    De elite die tijdens de oorlog hadden overlegd waren ervan overtuigd dat het falen van  de jaren dertig niet simpel het gevolg van politieke gebreken, maar van een diepe geestelijke crisis. De massa was ontworteld en had door het kapitalisme meer egoisme. Het personalisme zou dit gaan oplossen.
    De mentaliteit werd gedragen door de mannen en vrouwen die zich verzetten tegen de bezetting. En bij jongeren in het algemeen. En Engelandvaarders.
    b. Door de pacificatie politiek, die voorkwam uit de verzuiling, werden er geen problemen opgelost. Men was eigenlijk alleen maar bezig met conflicten af te breken, waardoor er geen oplossingen kwamen voor de grote vraagstukken uit deze tijd.
    c. De politieke godsvrede hield in dat de samenwerkingen niet meer uit de weg werd gegaan door verschillen in ideologieën. Dit moest omdat men net uit een oorlog kwam en samenwerking nodig was.
    d. De koningin moest een soort stamhoofd worden, zij wilde dit ook graag. Uiteindelijk werd ze meer symbolisch dan. Wilhelmina had in Engeland grote macht gehad en hoopte dit voort te zetten. Tijdens de bezetting werd de bevolking ongeduldig en na de gedeeltelijke bevrijding namen de politieke partijen de macht weer terug. Vele politieke partijen veranderde en de politiek werd moderner.
    e. NVB was ervan overtuigd dat de tijd van tegenstelling voorbij was. Gelovige- niet gelovige (antithese), Arbeider- Bourgeoisie, dit bestond niet meer.
    f. Geyl was zwaar tegen de politiek baseren op de bergreden van Jezus Christus. Hij vond deze mentaliteit geen vooruitgang maar een achteruitgang.
    g. We moeten uit de hokjesgeest breken. De partijen waren bereidt samen te werken om Nederland niet alleen te herstellen, maar ook te vernieuwen: het leven moest voor de bevolking als geheel beter worden. De partijen wilden een doorbraak, maar de bevolking ging terug naar de vooroorlogse politiek in de eerst volgende verkiezing.
    h. De vernieuwingen liepen eigenlijk terug naar de situatie voor de oorlog. Hierdoor waren het eigenlijk geen vernieuwingen, maar verouderingen. Ze probeerde terug te gaan naar voor de verzuiling en hierdoor was het een veroudering.
    i. Binnen politieke partijen was er spraken van een verfrissing, ook van de banden onderling. Ze wilden samenwerkingen maar ook nederland vernieuwen. Denk aan de Rooms- Rode coalitie.
    j. De PVDA was een mengvorm van verschillende groepen: Een aantal progressieve liberalen, sociaal- democraten en progressieve christenen. Het is een doorbraak vanuit de hokjes geest.
    k.
    • Algemene hervormingspartij
    • steunend op de middenklasse
    • gericht op solidariteit met de arbeidersklasse
    • herverdeling van inkomens
    • inspiratie kwam van het vooruitstrevende Britse liberalisme
    PvdA
    De PvdA was een "doorbraak" omdat het een samenhang was van sociaaldemocraten, een aantal progressief- liberalen en vooruitstrevende christenen. Dit was een doorbraak met de vooroorlogse verhoudingen. (deze groepen zouden toen nooit samenwerken). 
    De PvdA hield zijn socialistische symbolen zoals de rode vlag en het zingen van de nationale. Maar verder werd het een hervormingspartij die steunde op de middenklasse. 

    Willem Drees
    Een Nederlandse politicus van de SDAP en later de PvdA. Hij was minister president van Nederland tussen 1948 en 1958. Onder hem werd vond de dekolonisatie van Nederlands- Indië plaats en de wederopbouw. Daarom wordt hij gezien al een belangrijke naoorlogse minister. Hij was sociaal democraat, maar vond wel dat niet alles kan en zeker niet alles tegelijk. 
    Drees staat verder bekent om de opbouw van de verzorgingsstaat. 





    KVP
    De KVP was en bleef een partij van en voor katholieken. Dit betekende wel dat er zeer uiteenlopende opvattingen waren, met name over sociaal- economisch beleid. Maar daardoor namen ze wel een centrumpositie in. Het vernieuwende was dat ze zich als een moderne, vooruitstrevende partij wilde manifesteren. Deze zou vanzelfsprekend met de PvdA gaan samenwerken.

    De Rooms-rode coalitie
    Een politieke samenwerking tussen de KVP (katholiek) en de PvdA (socialisten). Zij vormden samen kabinetten tussen 1946 en 1958. Drees stond hier 10 jaar lang aan het hoofd van en werkte samen met Romme. De Rooms- rode coalitie had een brede basis, waarmee de wederopbouw en een nieuw sociaal stelsel geboren konden worden. Tussen 1918 en 1939 weigerde de katholieken nog te regeren met de socialisten. Toch bleven de partijen wel concurrenten van elkaar.
    De partijen werkten samen omdat Nederland moest worden opgebouwd. Hiervoor was een brede steun vanuit het volk nodig. Beide partijen vonden dat er een verzorgingsstaat nodig was en deze kwam er. Maar toen Nederland eenmaal was opgebouwd, viel de coalitie uit een. De noodzaak om samen te werken verdween. 

    Nederland na de oorlog
    Nederland was er na de oorlog slecht aan toe. Er waren veel slachtoffers (ook verminkte of emotionele), er was een grote schuld, Nederland had weinig geld, de volkshuishouding was ontwricht, nationaal inkomen gedaald, infrastructuur geroofd, het boerenland was verwoest, grote woningnood etc etc. 
    De oorlog had ook nog lang naweeën. Er was nog lang een te kort aan eten en kolen. Hierdoor leden mensen honger en kou. 
    Iedereen vond dat er wat moest gebeuren. De zuilen waren het er over eens dat de rol van de staat groter moest worden. Er was nogal wat oorlogsschade te herstellen en de economische groei, 
    werkgelegenheid en sociale zekerheid moesten veiliggesteld worden. 
    Er wordt gezegd dat de bemoeienis van de staat ongekend was, maar dat dit enigszins al voor de oorlog begonnen. De economie werd alles overheersend, alle moest wijken voor werkgelegenheid, industrie en groei. 


     

    donderdag 2 oktober 2014

    Nederland in een polariserende wereld- Leereenheid 1

    Nederland tijdens het interbellum
    Tijdlijn 1- De wereld
    • 1914-1918- Wereldoorlog 1
    • 1917- Russische Revolutie, opkomst communisme
    • 1918- Vrede van Versailles, 14 punten van Wilson
    • 1919- Vrouwenkiesrecht
    • 1922- Staatsgreep van Mussolini
    • 1929- Beurskrach
    • 1933- Staatsgreep Hitler
    • 1939- Inval van Polen
    Tijdlijn 2- Nederland
    • 1914- Nederland stelt zich neutraal op tijdens Wereldoorlog 1
    • 1917- De Pacificatie
      • Schoolstrijd
      • Mannenkiesrecht
    • 1924- Eerste Katholieke Radiozender
    • 1931- Oprichting NSB
    De vier zuilen
    Algemeen Liberaal (Ook wel Neutraal)
    • overblijfselen van de stromingen. 
    • Reststromingen
    • Een soort van Kliek
    • Geen duidelijke Hierarchië nog structuur
    Protestants
    • Sociaal leek deze zuil erg veel op de katholieke zuil
    • geen duidelijke structuur
      • Binnen de zuil waren er nog te veel verschillen
      • Denk hierbij aan de verschillende protestantse stromingen
    Katholieken
    • Beste georganiseerde zuil en ook de grootste.
    • Deze zuil was in alle aspecten van de samenleving aanwezig.
    • politiek was er echter nauwelijks beweging. Dit was om de zuil bij elkaar te houden.
    Sociaal
    • Politiek zat deze partij op één lijn.(standvastig)
    • Onderlinge samenhang en cohesie was hoog
    • sociaal moeilijk (geen recht pilaar, meer een piramide)
      • vooral aanhang van onderen- Arbeiders etc.)
    Samenvatting leereenheid 1
    Drie fases interbellum
    • Jaren na Wo1
      • confessioneel overwicht in de Nederlandse politiek
    • Jaren 20
      • Economisch herstel en optimisme
    • Beurskrach van 1929
      • Opkomst van het fascisme en het nationaal- socialisme. 
    Wo1 is geen einde aan het imperialisme
    opkomst van de VS en de SU.

    1. Consolidatie

    • pacificatie van 1917
      • schoolstrijd
        • Speciaal onderwijs kreeg door een wetswijziging net zoveel recht op subsidie als een openbare school.
      • kiesrechtkwestie 
        • Alle mannen ouder dan 23 mochten stemmen en de vrouwen kregen passief stemrecht.
    • Vergissing van Troelstra
      • In 1918 riep Troelstra ter vergeefs op tot een socialistische revolutie. Er was wel onrust in Nederland, maar de revolutie was slecht georganiseerd en zijn tegenbeweging (die snel op de been kwam) niet. Hierdoor mislukte de revolutie.
    • Economische Crisis.
    Bestudering boek
    VI- Crisis: 1918-1940
    • Modernisme
      • uiterlijke kenmerken van sociale verschillen werden kleiner
    • Modernisering van de lanbouw
      • Intensivering van productie
      • Omvangrijke mechanisatie
      • Overbrenging van de bereiding van melk, kaas en boter naar fabrieken
    • Verzuiling van jeugdverenigingen
    • "Het was een modern land, maar in mentaliteit zeer conservatief."
    • Samengaan van Modernisering+ Traditionalisering= Onverwacht effect van de verzuiling democratische verhoudingen en autoritaire oplossingen. 
    Depressie en Crisis
    • 29 oktober 1929--> Economische Crisis
      • Effecten beurs van Wall Street stort in.
    • Boeren
      • konden niet opboksen tegen de wereldmarkt
      • hulp was te laag en te laat
      • landbouw als fundament van de samenleving
      • Mei 1933--> oprichting Nationale Boerenbond Landbouw en Maatschappij
        • Al snel 20.000 leden
        • verdacht van Fascisme (omdat ze het bestaande georganiseerde bestel wantrouwden en zich er niet naar voegden).
        • uiteindelijk zat er ook niks anders op dan zich bij de Fascisten aan te sluiten
          • in het bestaande gestel was er voor landbouw en maatschappij geen ruimte.
    • Heroprichting Nationaal Crisis Comité 
      • Grote werkloosheid en diepte punt pas in 1936 (andere landen krabbelden in 1933 alweer omhoog).
    • 1921--> Anton Mussert richt Nationaal- Socialistische beweging op
      • Voor nationale eendracht, een sterk leger en tegen de werkloosheid
      • Populair, maar langzame radicalisering.
    Hendrikus Colijn- ARP
    • Boerenzoon--> Militaire loopbaan in Oost- Indië--> directoraat van een oliemaatschappij--> Onpasseerbaar politicus.
    • Colijn wist overtuigend te voorkomen dat het fascisme aan terrein won.
      • Mussert was zich hier bewust van
        • ontzag voor Colijn
        • kracht van de verzuiling
        • communisten/ fascisten hadden gen oplossing voor het Nederlandse hoofdprobleem:
        • De massale werkloosheid
    • Weerzien tegen Stalin groter uitgemeten dan weerzin tegen Hitler
    • Colijn vond Anti- Semitisme weerzinwekkend
      • toch geen openbaar kritiek op Hitler
      • Duitsland was een belangrijke handelspartner. 
      • Engeland was bang voor Duitslang waardoor zij Nederland geen veiligheid wilde bieden
        • Colijn nam zelf maatregelen: Investeringen in diffensie
          • angstig vast klampen aan de neutraliteit+ mobilisatie
    Pacificatie politiek
    Bij de pacificatie politiek werd ondanks grote tegenstellingen tussen de partijen toch tot een consensus komen. Hierdoor kan er (ondanks de verzuiling) politieke stabiliteit worden bereikt. De nadruk hierbij ligt alleen op het afbouwen van conflicten, niet bij het oplossen van problemen. Een ander belangrijk kenmerk van deze politiek is dat de achterban erbuiten wordt gehouden. Hierdoor komt de parlementaire democratie wellis waar onder druk te staan, maar politiek is er stabiliteit.


    Het Jordaan oproer
    De Jordaanoproer was een oproer van vooral werklozen in Amsterdam in Juli 1934. Doordat de Nederlandse overheid vast wilde houden aan de gouden standaard, werd er op veel mensen gekort. Op de werklozenuitkering werd er wel 10% gekort. Een onderdeel van de Communistische partij hield hier op 4 Juli 1934 een bijeenkomst over in de Jordaan. Ook de NSB zou er een bijeenkomst over hebben, maar die ging niet door. Betogers tegen de NSB begonnen een demonstratie tegen de bezuinigingen en in de Jordaan begon niet kort daarna ook een demonstratie. Deze liepen geweldadig uit, waarbij de politie met scherp schoot.

    Carl Romme
    Een Nederlandse advocaat, rechtsgeleerde en politicus. Hij was van de RKSP/KVP. Hij was een gedreven katholieke politicus. Voor de oorlog streefde hij naar werkgelegenheid politiek. Zo stimuleerde hij bijv. werklozen om in Nazi- Duitsland te gaan werken (wat uitliep op gedwongen werken, anders korten op uitkering). Tijdens de oorlog bleef Romme sociaal en bleef hij de arbeiders naar Duitsland sturen. Na de oorlog werkte hij niet meer in de regering, maar had hij wel andere baantjes in de politiek.




    Het kwartje van Romme
    Als een werkloze elke week een kwartje op een spaarrekening zou zetten, dan zou de overheid er een kwartje bij zetten (als de werklozen 2,3 of 4 kinderen had). Veel mensen waren hier niet blij mee, omdat dit insinueerde dat er binnen de steun nog ruimte was om een kwartje uit te sparen. Romme wilde verder dat er meer steun kwam vanuit de zuilen i.p.v. de overheid.

    Kleine en grote crisis


    Anton Mussert
    De oprichter en leider van de Nationaal- Socialistische beweging van Nederland (NSB) in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij collaboreerde tijdens de Duitse bezetting met Nazi- Duitsland.  Mussert werd in 1942 door de Duitsers erkend al leider van het Nederlandse Volk, maar hij werd wel gezien als een zwak leider, zelfs onder zijn eigen volgelingen.
    Nationalistisch--> Hij wilde dat Nederland bleef bestaan, onder een door Duitsland geregeerd Europa.
    Socialistisch--> Hij was voor de klein burger
    Corporatistisch--> Hij werkte meer met de Duitsers
    Anti- Semitistisch--> Pas na opkomst van Hitler.

    In 1935 is Mussert populair in de stemmingslokalen, maar als hij meer naar Duitsland toe gaat trekken verliest hij stemmen. Hij had sowieso weinig kans omdat Nederland te zwaar verzuild was. Maar een enkeling liet hiervan los. Er was wel vraag naar een sterke leider, maar Colijn was Mussert voor.

    CPH/CPN 
    Deze partij vertegenwoordigden de hoofdstroom van het communisme binnen het Nederlands politiek bestel. De partij was een vroeg onderdeel van de SDAP geweest, maar hun onderdeel was ortodox- marxistisch en werd in 1909 uit de partij gezet. Zij noemde zichzelf toen de SDP. In 1918 veranderde zij hun naam echter naar CPH, omdat een naamswijziging nodig was om lid te mogen worden van Komintern. De partij stond voor loonsverhogingen en lagere prijzen. Ze vonden dat de toenemende macht van de monopolies gestopt moest worden en de democratie vernieuwd.
    De partij had in 1933 hun grootste vooroorlogse aanhang van 10 zetels. Omdat zij zich tijdens de oorlog inzetten voor het verzet en Rusland had geholpen de oorlog te winnen, kreeg de CPN na de oorlog nog een groter aantal zetels. Maar toen de koude oorlog begon en de CPN de SU bleef steunen, raakte ze snel stemmen kwijt.

    Antipapisme
    Hierbij is er een hekel naar de Rooms Katholieke kerk en alles daaromheen. Papa is latijns voor vader en paus.

    Einde Eerste Wereldoorlog
    Nederland was neutraal geweest maar:

    • Had wel Duitse soldaten over haar land veilig terug laten keren
    • had de Duitse Keizer asiel verleent. 
    België was hier boos om en wilde militair strategische versterking tegenover Nederland. Hiervoor eiste ze verschillende delen van Nederland op (Limburg, Zeeuws- Vlaanderen). Nederland zou ter compensatie delen van Duitsland krijgen.
    Deze eisen werden niet gehonoreerd, omdat Frankrijk en Engeland bang waren dat Nederland in de handen van Duitsland zou vallen. 
    De Nederlanders vonden het verdrag van Versailles onuitvoerbaar. Duitsland was vernederd en de machtsbalans zou, ten gunsten van Frankrijk om slaan. De internationale spanningen zouden blijven. Nederland was hierdoor ook bang voor de binnenlandse rust. Want onrust in Duitsland kon maar zo omslaan. 
    Nederland trad toe tot de Volkenbond. Zij waren ervan overtuigd dat dit hielp aan het internationale evenwicht en dat hun neutraliteit gewaarborgd zou blijven. Dit werd echter door de publieke opinie niet echt positief ontvangen. De centralen mochten immers niet meedoen aan de volkenbond, waardoor Nederland indirect voor een kant koos. Verder moest Nederland een deel van zijn soevereiniteit afstaan. 

    Dawesplan
    Plan van de geallieerde om de Duitsers ertoe te zetten hun herstelbetalingen van de Eerste Wereldoorlog te doen. 

    Verdrag van Locarno (1925)
    Een internationaal verdrag waarin de grenzen die in 1919 waren bepaald, erkend werden. Verder was er een voorbereiding tot de toetreding van Duitsland in de Volkenbond

    Briand- Kellogpact (1928)
    23 landen besloten dat een aanvalsoorlog strafbaar was. Het pact werd door 62 landen getekend.

    Opkomst Nazi- Duitsland
    De Nederlanders hielden zich opvallend neutraal, afzijdig en voorzichtig tegenover het opkomende Nazi- Duitsland. Ze probeerden elk politiek oordeel te vermijden. Dit allemaal omdat de handel met Duitsland zeer belangrijk was voor Nederland. Colijn riep wel op om meer handel te gaan voeren met democratische landen, maar de minister van Economische zaken wilden juist de handel met Duitsland vergroten en versterken. 

    Belangrijk onderdeel was de appeasment politiek!