zaterdag 25 oktober 2014

Polariserend: Samenvatting boek vanaf p. 209

Roomse- Rode coalitie
Dit bestand hield ruim een decennium stand (1946-1958).
De redenen hiervoor waren:

  • Er was geen grote aardverschuiving bij de verkiezingen. In grote lijnen werden de verhoudingen van voor de oorlog hersteld. 
  • Nederland was tijdens de oorlog verwoest en leeggeplunderd. Voor de wederopbouw moesten de onderlinge partijpolitieke vetes maar even opzij gezet worden. 
Manieren van wederopbouw:
  • lage lonen
  • voortzetting van de rantsoenering 
  • een door de minister van Financiën Pieter Lieftinck (PvdA) geleide rigoureuze geldzuivering waarbij de geldhoeveelheid, die tijdens de bezetting enorm was gegroeid, met 60% werd ingekropen.
Marshallplan
  • Amerikaans hulpprogramma
  • er werd tussen 1948 en 1954 werd er 1127 miljoen dollar ontvangen. 
  • Nederland kreeg, van alle landen in West- Europa, het hoogste bedrag. 
  • De arbeidsproductiviteit moest omhoog door modernisering van de industrie en bovenal aanzienlijke versterking van ordening, planning en de toepassing van het toverbegrip efficiency. 
  • De staat begon een ambitie te krijgen om de bevolking bestaanszekerheid te bieden.
  • Democratie, maatschappelijke vrede, massaconsumptie, een zorgzame overheid en regelmatige economische groei zou zorgen dat een heropleving van het fascisme als uitbreiding van het communisme voorkomen kon worden. 
  • Het beleid werkte niet gelijk, omdat de Nederlandse economie nauw verbonden was met de Duitse.
Nederlands-Indië 
  • Voor de oorlog was ruim 13% van het nationaal inkomen afkomstig uit Nederlands Indië.
  • Al in 1942 hield Koning Wilhelmina een rede waarin ze grote autonomie beloofd aan Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen. 
  • 17 augustus 1945 Soekarno en Hatta roepen de Republiek Indonesi:e uit. 
    • Nederland was nog niet bij machte om een een effectief gezag te herstellen 
    • Er was grote internationale druk om tot overeenstemming te komen met het nationalistische bewind. 
  • 27 december 1949 Koningin Juliana tekent de soevereiniteitsoverdracht aan de Republik Indonesia. 
  • Er waren veel verwijten in de politiek over de dekolonisatie:
    • Links --> ging akkoord met een oorlog tegen de onafhankelijkheidsbewegingen 
    • Rechts--> legt zich te snel neer bij het einde van de Nederlandse kolonisatie. 
  • Nederland moest nog lang wennen aan hun nieuwe positie in de wereld
Wederopbouw
  • Een redelijk aantal van de Nederlanders wilden emigreren.
    • Verlangen naar een welvarender bestaan
    • vrees voor de koude oorlog 
  • Communistische staatsgreep in praag, februari 1948
    • angst dat er meer landen communistisch zouden gaan worden. 
  • Sterke bevolkingsgroei. 
    • bevolkingsdichtheid. 
    • Nederland raakte simpel weg te vol. 
    • ongekende woningnood. 
    • een voortdurende uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen. 
    • Aanpak:
      • Forse uitbreiding van de industrie
        • productiekosten (de lonen) zo laag mogelijk
        • de winsten zo snel mogelijk te investeren
        • de export zoveel mogelijk te bevorderen. 
    • het reëel nationaal inkomen per hoofd van de bevolking bereikte in 1948 al het peil van 1938 en kwam daar in 1950 ruimschoots bovenuit. 
  • De prijs hiervan was wel dat de economie een allesoverheersende waarde werd in de samenleving. 
  • Vrijwel alles moest wijken voor:
    • werkgelegenheid
    • industrialisatie
    • groei
  • De klassenstrijd werd gestaakt.
    • werknemers en werkgevers werkte nauw samen
    • er werd akkoord gegaan met een laag loonpeil. 
  • Stichting van de Arbeid
    • werknemers zouden zich niet meer richten op het verwerven van een belangrijke invloed op het niveau van de bedrijven.
    • in ruil daarvoor zouden zij voortaan op nationaal niveau een belangrijke stem krijgen in het arbeidsvoorwaardenbeleid en de sociale wetgeving. 
  • 1950--> oprichting De Sociaal- Economische Raad
    • een adviesorgaan van 45 leden
      • werkgevers, de werknemers en de regering --> elk 15 leden. 
    • friendly rivalries
    • de regering had zich wettelijk verplicht om over alle kwesties die van belang waren voor de sociaal- economische verhoudingen aan de SER advies te vragen. 
    • Poldermodel
  • Puriteinse moreel
    • de man was het hoofd van het gezin en zorgde voor het inkomen, de vrouw verzorgde het huishouden en de kinderen bloosden van gezondheid en leergierigheid. 
    • Harmonieuze ongelijkheid
  • technisch- materiële beschaving en de moreel- Ideële cultuur waren uit elkaar aan het groeien
    • jongeren zouden bijna vanzelf in de leegheid van een onwaardige massacultuur belanden. 
Verzuildheid
  • Na de oorlog was de helft van de bevolking was lid van een of meer verzuilde verenigingen. Dit aandeel bleef stijgen. 
  • De aandelen van de katholieke, protestanten en gereformeerde groeide langzaam, door de grote gezinnen. 
  • Katholieken waren het onderling niet veel eens. Hierdoor leek hun partij meer op een eigen parlement. 
  • Na de Tweede Wereldoorlog leek het nauwe verban tussen geloof en politiek losser te worden.
  • Bisschoppen besloten in te grijpen toen er afbraak van binnenuit dreigde. 
    • een gelovige katholiek had buiten zijn zuil niets te zoeken. 
    • Reactie Romme(KVP)
      • katholieken waren de exclusieve achterban van de KVP. Doorbraak was diefstal.
      • Hij weigerde hierover in debat te gaan. Het was slecht aan de katholieke gemeenschap om vast te stellen welke rechten en plichten voortvloeiden uit het katholiek zijn. 
      • democratie werd hier gereduceerd tot geloofsvrijheid. 

E55
  • 10 mei 1955- Koningin Juliana opende de Nationale Energie Manifestatie 1955, ook wel E55.
  • Laten zien wat de energie van de Nederlanders had bereikt. 
  • 31 januari op 1 februari 1953
    • braken er diverse dijken door. 
    • Het Deltaplan
  • Aanpakken van het landschap:
    • Schaalvergroting
    • mechanisatie
    • prijsbeheersing.
  • Sicco L. Mansholt
    • Sociaal- Democratisch minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening 
    • productiviteit opvoeren
    • ondersteund met subsidies
    • inkomen van de boeren laten meestijgen met de algemene loonontwikkeling. 
  • beroepsstrateficatie i.p.v. klassentegenstelling. 
    • een beeld leefde van een hiërarchie die heel geleidelijk opliep van laag naar hoog, dat de sociale ladder korter werd en de afstand tussen de verschillende sociale lagen gering.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten