Het cultuurstelsel van Johannes van den Bosch tot Eduard Douwes Dekker
- Een belastingssysteem ingevoerd door Johannes van den Bosch.
- Werd in 1830 ingevoerd ter vervanging van het landrente stelsel.
- Boeren moesten 20% van hun grond gebruiken om spullen op te produceren voor het gouvernement.
- Deze producten werden van weer in Europa verkocht.
- Als je niet genoeg grond had of grond die niet geschikt was, moest je als tegenprestatie 66 dagen herendiensten uitvoeren.
- Plantloon (afhankelijk van het geleverde aantal producten).
- Hierbij werd rekening gehouden met de marktwaarde of de hoeveelheid arbeid.
- Naast dit systeem moesten de dorpen ook nog herendiensten uitvoeren. Zoals bijv. wegen aanleggen. Dit kosten veel extra werk.
- Veel corruptie.
- Boeren moesten meer grond gebruiken of het beste grond.
- Inlandse vorsten kregen meer geld als ze meer leverden. Dus zij buiten de inheemse bevolking uit.
- Na 1850 kwamen er veranderingen in het cultuurstelsel. Dit was omdat er door slechte rijstoogsten hongersnoden ontstonden onder de inheemse bevolking. Het cultuurstelsel werd hervormd. Zo werd de indigocultuur afgeschaft omdat deze arbeidsintensief was en werden andere cultures ingeperkt.
- De Nederlandse liberalen waren fel tegen het cultuurstelsel. Zij waren ervan overtuigd dat iedereen vrij moest zijn van arbeid en handel.
- Europese ondernemers werden gestimuleerd om fabrieken op te zetten.
- gouvernement zorgde voor de arbeiders
- producent verkocht aan de gouvernement met vast prijzen.
- NHM had monopolie op vervoer naar Nederland.
- winst vloeide naar de Nederlandse staatskas.
- Cultuurstelsel zorgde voor onderdrukking van inheemse bevolking, maar ook voor geldeconomie.
- Gevolgen van het cultuursysteem
- Modernisering & monetarisering van de Javaanse economie.
- Als de opbrengsten van de cultures genoeg waren, stegen de plantlonen. Wat betekende dat er een toenamen van welvaart was. Maar als het weer slechter ging, betekende dit een verlies aan inkomsten en daarmee lagere koopkracht
- De werkdruk nam onder de bevolking snel toe. De eigen rijstvelden konden niet mee bewerkt worden, met alle gevolgen van dien.
- De Suikercultuur putte de grond uit en onttrok veel water. Dit water was nodig om de rijstvelden te bevloeien. De bevolking was afhankelijk van de rijstoogst en dit kon dan dus voedseltekorten tot gevolg hebben.
- De cultuur procenten konden tot misbruik leiden.
- De boeren moesten vaak hun beste grond gebruiken.
- De dorpshoofden moesten de plantlonen betalen, maar hielden soms delen achter.
- Was het cultuurstelsel nu een succes of niet?
- Inkomsten voor de staatskas (823 miljoen van 1831-1877) met als gevolg:
- Lage belasting in Nederland en
- Aanleg openbare werken (bv spoorwegen)
- Verbeterde infrastructuur Java
- Geleidelijke invoering geldeconomie door plantloon
- Suikercultuur niet mogelijk zonder cultuurstelsel
- Machtsmisbruik door zowel residenten als regenten, bijvoorbeeld:
- Toewijzen lucratieve contracten aan vrienden
- Illegale landrente en herendiensten
- Verminderde verbouw rijst zorgt voor hogere prijzen, algehele armoede
- Critici:
- Baron van Hoëvel (1850)
- Eduard Douwes Dekker (1860): Max Havelaar
- Van den Brand (1902): tabaksplantages Deli
Engelse overheersing 1810- 1815
- Sir Thomas Raffles was Gouveneur- Generaal
- Indië was vanaf dat moment onder leiding van de East India Company (Engelse tegenhanger van de VOC)
- Raffles had een grote afkeer van het oude stelsel van dwangcultures. Hij schafte het monopoliestelsel van de VOC af (waarin de boeren/vorsten alleen met de VOC mochten handelen) en ook de bijbehorende herendiensten.
- Hij liet het vervangen door een liberaal economisch systeem. De boeren beschikken vrij over de opbrengst van hun grond. Er kwam vrijhandel.
- Hij voerde wel een geldeconomie in dat men landrente ging noemen. boeren moesten slechts een jaarlijkse huur of pacht betalen aan de gouvernement.
- Het doel hiervan was:
- De uitschakeling van de lokale machthebbers (de boeren mochten immers aan iedereen leveren) en hierbij een productie verhoging.
- Het vorderen van de landrente werd gedaan door Europese ambtenaren. Zij hadden rechtstreeks contact met de inheemse dessa hoofden (dorpshoofden.)
- Het gevolg hiervan was:
- De feodale regenten (adel) werd buiten spel gezet (ontfeodalisering van de inheemse samenleving).
- Er waren enkele pogingen van de Javaanse vorstenhoven om hun oude positie terug te winnen. Maar deze werden door Raffles met militair geweld de kop ingedrukt. 1812 werd het Kraton van Yogjakart bestormd en geplunderd door de Britse troepenmacht.
- Deze bestorming was een definitief keerpunt in de Javaanse geschiedenis.
- Voor het eerste verovert een Europese macht daadwerkelijk het hof van een Javaanse vorst.
- Dit optreden tegenover inheemse vorsten betekende niet dat er geen interesse in of respect voor de culturen van Zuidoost- Azië was, het tegendeel was waar.
- Raffles schreef over de samenleving en de geschiedenis van Java. Hij liet hiervoor alle mogelijke historische documenten verzamelen. In zijn boek beschrijft hij dat de Javanen zeker niet lui zijn en geestelijk zeer vermogend.
- Op zijn initiatief laat hij de toegang tot de Borobudur herstellen (boeddhistisch monument).
- Na het Congres van Wenen (1815) waarbij het doel de herordening van de staatkundige verhoudingen na de Napoleontische oorlog bevatten werd Indië weer Nederlands bezit. Er vond een restauratie plaat.
- Het bestuur van de Koloniën was in handen van de Koning. Hij werd hierbij geadviseerd door de minister van koloniën.
- Na 1848 ging dit bestuur naar het parlement en de regering.
- Het centraal bestuur was in Batavia onder leiding van de Gouverneur- generaal.
- Het lokale bestuur werd gedaan onder leiding van residenten, die weer werden bijgestaan door assistent- residenten.
- Daarnaast bleef ook het eigen bestuur door de Indonesische adel bestaan.
- Er was een dualistisch bestuursstelsel voor- en na het invoeren van het Cultuurstelsel.
- Het Nederlandse en inheemse bestuur functioneerde naast elkaar.
Johannes van de Bosh: grondlegger van het cultuurstelsel 1830-1915
- Johannes was vanaf 16 januari 1830 Gouverneur- Generaal van Nederlands Indië
- Hij kende Indonesië goed omdat hij op Java landheer was geweest en officier in het Koloniale leger.
- Toen Johannes werd aangesteld, stond het voor hem vast dat Indonesië een Nederlands wingewest moest gaan worden.
- Het doel van zijn cultuurstelsel:
- Exploratie van Java t.b.v. de Nederlandse schatkist. De verkregen winsten moesten naar de Nederlandse staat.
- Zijn aandacht was vooral gericht op Java. Dit was een makkelijk te ontginnen gebied dankzij de grond.
- Hij was zeer conservatief en een sociaal- Darwinist
- Johannes vond dat het koloniaal bestuur moest aansluiten bij de bestaande structuur van de inheemse maatschappij.
- Het Cultuurstelsel kon alleen een succes worden met behulp van de inheemse hoofden (regenten) op Java. Het inheemse bestuur werd gerefeodaliseerd. De regenten werden erfelijk opgevold, het salaris gedeeltelijk in rijstvelden en woeste gronden uitbetaald. Het ambt werd erfelijk gemaakt en zij kregen eigen milities.
Agrarische wet van 1870
- Europees particulier ondernemerschap werd mogelijk in de landbouw.
- Javanen kregen volledig bezit over hun eigen grond.
Afschaffing cultuurstelsel 1860-1915
- Als eerste kwamen de onvoordelige landbouwgebieden los van het cultuurstelsel
- Vervolgens meer onder druk van de overwegend liberaal parlement van Nederland
- Invoering suikerwet en agrarische wet van 1870
- Suikerwet bepaalde dat het gouvernement alleen nog voor de aanplant van suikerriet zorgde. Particuliere fabrikanten zorgde voor de rest van de suikerproductie.
- Veel ethische bezwaren (Max Havelaar, slavernij)
- De gevolgen voor de bevolking was minder onderdrukking
Particuliere ondernemers
Dankzij een hoop nieuwe wetten krijgen de particuliere ondernemers na 1850 steeds meer toegang tot Indië. Er worden steeds meer particuliere bedrijven op gezet. Sumatra begint met Tabak, koffie en rubber verbouwen. De ondernemers werden ook actief in de mijnenbouw. In 1884 wordt er op Sumatra olie ontdekt. Dit betekent grote winsten voor de particuliere ondernemers. Er was echter snel een tekort aan arbeiders, waardoor men chinezen ging overschepen. Later werden veel Javanen contractarbeiders.
Koelies
Chinese werknemers. Zij tekenden een wurgcontract. Hierin stond dat ze een voorschot kregen op hun loon en dan drie jaar moesten werken tegen een laag loon. De werk en woonomstandigheden waren slecht. Ze werden door middel van geldboetes en lijfstraffen in bedwang gehouden. Toen er een wet werd aangenomen die ervoor zorgden dat kolies vervolgd konden worden als zij hun contract niet na kwamen, werd het helemaal erg.
Verhoudingen tussen de binnenlandse- en inheemse bestuur.
In principe stond het bestuur onder leiding van de Koning sinds 1815. Maar in werkelijkheid was dit de minister van Koloniën. De koning bemoeide zich nergens echt mee. De minister hield de koning op de hoogte en had contact met de Gouveneur- Generaal. Er waren maar een klein aantal Nederlandse ambtenaren. Het inheemse volk werd in principe bestuurd door de inheemse bevolking. Deze regenten stonden onder direct gezag van de Nederlanders.
De gouveneur- generaal was de vertegenwoordiger van de koning. Hieronder stond de resident.
middelpunt van het koloniaal bestuur in zijn gewest. Hoofd van het gewestelijk bestuur, voorzitter van plaatselijke landraad. Toezichthouder op infrastructuur en landbouw en nijverheid bevorderen. Tevens verantwoordelijk voor beheer van gewestelijke financiën. Tijdens Cultuurstelsel hielden zij toezicht op de cultures, inkoop, opslag en transport. Door uitkering van de cultuurprocenten verdienden de meeste residenten goed.De gouveneur- generaal was de vertegenwoordiger van de koning. Hieronder stond de resident.
Afhankelijk van de grootte van zijn gewest bij gestaan door assistent-residenten. Gewest werd onderverdeeld in districten die door hen werden bestuurd. Taken: inning van de landrente. Zowel resident als assistent-resident had bevoegdheid om via de landraad recht te spreken over kleine vergrijpen als diefstal. Andere taken: bevorderen van landbouw, toezicht houden op belastingen en infrastructuur van district.
Assistent resident werd ondersteund door een controleur. Taken: tijdens Cultuurstelsel toezicht houden op hoeveelheden gewassen die geplant waren. Controle of gronden en gewassen goed werden onderhouden.
Geen eigen bevoegdheden.
Resident werd ook terzijde gestaan door gewestelijke
secretaris.
Taken: verving resident bij afwezigheid indien er geen assistent-
resident was gevestigd. Verder ondersteunde hij de resident
met de administratie. Vaak hard werken om enorme hoeveelheid
ambtelijke stukken te verwerken
Inlands
- Bestond uit Inheemse vorsten die regeerden met behulp van plaatselijke hoofden. Deze was hiërarchisch opgebouwd.
- Regenten aan hoofd, hieronder de districtshoofden of wendana’s, tenslotte de onderdistrictshoofden en de dessahoofden
- Inheemse hoofden regelden de aanplant van exportproducten en zorgde dat de herendiensten werden uitgevoerd
- Veel regenten waren priyayi (adellijke stand op Java) met deze elite ging het Nederlands bestuur vanaf de tijden van de VOC al relaties aan
- Verhouding tussen regeneten en Europees Bestuur werd omschreven als de vertrouwende raadslid van de resident. Zowel resident als de assistent-resident moet zich gedragen t.o.v. de regent als een jonge broer. Ook de controleur diende zich zo te gedragen t.o.v. het districtshoofd.
- Voorschriften voor omgang tussen de resident en regent; door zijn linkerarm in de rechter van de resident te haken gaf regent aan dat zijn gezag steunde op dat van de Nederlanders
Geen opmerkingen:
Een reactie posten