donderdag 30 oktober 2014

Surinesië: PPT week 4- de opkomst van de koloniale staat.

Kenmerken van een koloniale staat:

  • Niet soeverein
  • Ze vertegenwoordigen niet een bepaalde natie
  • Er ontbrak nationalisme als ondersteunende ideologie. 
  • Geen speler op het internationale toneel
  • Ze maken gebruik van de structuren van de oudere inheemse staten.
Bestuurshervormingen 1866
Koloniaal bestuur moderner en intensiever worden:

  1. Wijziging wijze van betalen koloniale ambtenaren:
    1. Afschaffing cultuurprocenten voor Nederlandse ambtenaren/ introductie vaste salarissen.
    2. Inheemse bestuursambtenaren vaste salarissen en vanaf 1882 ook feodale voorrechten afgeschaft.
  2.  Uitbreiding aantal Nederlandse bestuursambtenaren op Java.
    1. Naast iedere regent een assistent-resident en uitbreiding aantal controleurs.
  3. Centrale bureaucratie hervormd: vier nieuwe departementen o.l.v. een directeur: 
    1. Departementen van Binnenlands Bestuur, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid; Burgerlijke Openbare Werken; Financiën.
Ethische Politiek: ontstaan
  • ARP: program van beginselen
    • Art. 18: De baatzuchtige neiging die men had om Indië te exploiteren moest plaats gaan maken voor een politiek van "zedelijke verplichting".
    • Kuyper vond dat Indië een kind was dat zedelijk opgevoed diende te worden. Indië zou namelijk een zelfstandige positie in de toekomst krijgen. Dit was een voogdijgedachte. 
    • Van Deventer: 1899: Artikel: "een eereschuld"
      • Vele miljoenen terugbetalen: dit ging naar het onderwijs en de verbetering van de economische positie van de inheemse bevolking 
    • Het Sociaal democratische kamerlid van Kol (SDAP)- Er moest een rechtvaardig koloniaal bestuur komen. "een kind opvoeden tot een man".
  • De Locomotief was de eerste krant die verscheen in Semarang, Indonesië. Het blad was in 1845 oprichtig door politiek activist Pieter Brooshooft. 
Situatie van de inheemse bevolking eind 19de eeuw
  • De bevolking van Java in diepe armoede. Oorzaken hiervan waren:
    • Javaanse belastingbetaler betaalde de uitbreiding van het Nederlandse gezag in de buitengewesten. 
    • Het inkomen van de gemiddelde Javaan daalde. Er was de afschaffing van het cultuurstelse, wat minder plantloon betekende. De suikerindustrie was in crisis, wat lagere lonen voor de arbeiders betekende en grondhuur.
    • De belangrijkste oorzaak was echt de enorme bevolkingsgroei. Tussen 1870 en 1900 groeide de bevolking van 16,2 miljoen naar 28,4 miljoen personen. 
Ethische politiek
Troonrede 1901: zedelijke roeping.
Ethische politiek twee doelstellingen:
  • Het welzijn van de Indonesische bevolking te bevorderen en die bevolking op te voeden onder westerse leiding en naar westers model tot “zelfstandigheid op lange termijn” 
  • Het welzijn bevorderen bracht met zich mee dat het Nederlands gezag overal stevig gevestigd zou moeten worden.
Verbetering economische positie
  • Irrigatie:
    • Aanleg irrigatiewerken: watervoorziening stabiel; verbetering inheemse bevloeiingswerken en de bouw van stuwdammen aan de bovenloop van kleine en middelgrote rivieren. 
    • Landbouw: eigen departement : landbouwonderwijs. 
    • Betere zaden en ontwikkeling zaai technieken.
  • Mensen kregen geld als ze gingen verhuizen.
  • Inentingen 
  • Onderwijs
    • Nieuwe scholen
    • steeds meer onderwijs voor de inheemse bevolking
  • Volksraad
    • Niet echt politiek serieus genomen.
    • toch plek voor verschillende etnische groepen om samen te komen
    • politieke ervaring opdoen
    • inheemse konden hier hun ei kwijt.
  • Uiteindelijk wel meer inheemse ambtenaren die binnenlands meer overnamen. Maar nog steeds geen gelijkheid. Nauwelijks inspraak er was veel armoede en de economische crisis maakte het niet beter. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten