donderdag 2 oktober 2014

Nederland in een polariserende wereld- Leereenheid 1

Nederland tijdens het interbellum
Tijdlijn 1- De wereld
  • 1914-1918- Wereldoorlog 1
  • 1917- Russische Revolutie, opkomst communisme
  • 1918- Vrede van Versailles, 14 punten van Wilson
  • 1919- Vrouwenkiesrecht
  • 1922- Staatsgreep van Mussolini
  • 1929- Beurskrach
  • 1933- Staatsgreep Hitler
  • 1939- Inval van Polen
Tijdlijn 2- Nederland
  • 1914- Nederland stelt zich neutraal op tijdens Wereldoorlog 1
  • 1917- De Pacificatie
    • Schoolstrijd
    • Mannenkiesrecht
  • 1924- Eerste Katholieke Radiozender
  • 1931- Oprichting NSB
De vier zuilen
Algemeen Liberaal (Ook wel Neutraal)
  • overblijfselen van de stromingen. 
  • Reststromingen
  • Een soort van Kliek
  • Geen duidelijke Hierarchië nog structuur
Protestants
  • Sociaal leek deze zuil erg veel op de katholieke zuil
  • geen duidelijke structuur
    • Binnen de zuil waren er nog te veel verschillen
    • Denk hierbij aan de verschillende protestantse stromingen
Katholieken
  • Beste georganiseerde zuil en ook de grootste.
  • Deze zuil was in alle aspecten van de samenleving aanwezig.
  • politiek was er echter nauwelijks beweging. Dit was om de zuil bij elkaar te houden.
Sociaal
  • Politiek zat deze partij op één lijn.(standvastig)
  • Onderlinge samenhang en cohesie was hoog
  • sociaal moeilijk (geen recht pilaar, meer een piramide)
    • vooral aanhang van onderen- Arbeiders etc.)
Samenvatting leereenheid 1
Drie fases interbellum
  • Jaren na Wo1
    • confessioneel overwicht in de Nederlandse politiek
  • Jaren 20
    • Economisch herstel en optimisme
  • Beurskrach van 1929
    • Opkomst van het fascisme en het nationaal- socialisme. 
Wo1 is geen einde aan het imperialisme
opkomst van de VS en de SU.

1. Consolidatie

  • pacificatie van 1917
    • schoolstrijd
      • Speciaal onderwijs kreeg door een wetswijziging net zoveel recht op subsidie als een openbare school.
    • kiesrechtkwestie 
      • Alle mannen ouder dan 23 mochten stemmen en de vrouwen kregen passief stemrecht.
  • Vergissing van Troelstra
    • In 1918 riep Troelstra ter vergeefs op tot een socialistische revolutie. Er was wel onrust in Nederland, maar de revolutie was slecht georganiseerd en zijn tegenbeweging (die snel op de been kwam) niet. Hierdoor mislukte de revolutie.
  • Economische Crisis.
Bestudering boek
VI- Crisis: 1918-1940
  • Modernisme
    • uiterlijke kenmerken van sociale verschillen werden kleiner
  • Modernisering van de lanbouw
    • Intensivering van productie
    • Omvangrijke mechanisatie
    • Overbrenging van de bereiding van melk, kaas en boter naar fabrieken
  • Verzuiling van jeugdverenigingen
  • "Het was een modern land, maar in mentaliteit zeer conservatief."
  • Samengaan van Modernisering+ Traditionalisering= Onverwacht effect van de verzuiling democratische verhoudingen en autoritaire oplossingen. 
Depressie en Crisis
  • 29 oktober 1929--> Economische Crisis
    • Effecten beurs van Wall Street stort in.
  • Boeren
    • konden niet opboksen tegen de wereldmarkt
    • hulp was te laag en te laat
    • landbouw als fundament van de samenleving
    • Mei 1933--> oprichting Nationale Boerenbond Landbouw en Maatschappij
      • Al snel 20.000 leden
      • verdacht van Fascisme (omdat ze het bestaande georganiseerde bestel wantrouwden en zich er niet naar voegden).
      • uiteindelijk zat er ook niks anders op dan zich bij de Fascisten aan te sluiten
        • in het bestaande gestel was er voor landbouw en maatschappij geen ruimte.
  • Heroprichting Nationaal Crisis Comité 
    • Grote werkloosheid en diepte punt pas in 1936 (andere landen krabbelden in 1933 alweer omhoog).
  • 1921--> Anton Mussert richt Nationaal- Socialistische beweging op
    • Voor nationale eendracht, een sterk leger en tegen de werkloosheid
    • Populair, maar langzame radicalisering.
Hendrikus Colijn- ARP
  • Boerenzoon--> Militaire loopbaan in Oost- Indië--> directoraat van een oliemaatschappij--> Onpasseerbaar politicus.
  • Colijn wist overtuigend te voorkomen dat het fascisme aan terrein won.
    • Mussert was zich hier bewust van
      • ontzag voor Colijn
      • kracht van de verzuiling
      • communisten/ fascisten hadden gen oplossing voor het Nederlandse hoofdprobleem:
      • De massale werkloosheid
  • Weerzien tegen Stalin groter uitgemeten dan weerzin tegen Hitler
  • Colijn vond Anti- Semitisme weerzinwekkend
    • toch geen openbaar kritiek op Hitler
    • Duitsland was een belangrijke handelspartner. 
    • Engeland was bang voor Duitslang waardoor zij Nederland geen veiligheid wilde bieden
      • Colijn nam zelf maatregelen: Investeringen in diffensie
        • angstig vast klampen aan de neutraliteit+ mobilisatie
Pacificatie politiek
Bij de pacificatie politiek werd ondanks grote tegenstellingen tussen de partijen toch tot een consensus komen. Hierdoor kan er (ondanks de verzuiling) politieke stabiliteit worden bereikt. De nadruk hierbij ligt alleen op het afbouwen van conflicten, niet bij het oplossen van problemen. Een ander belangrijk kenmerk van deze politiek is dat de achterban erbuiten wordt gehouden. Hierdoor komt de parlementaire democratie wellis waar onder druk te staan, maar politiek is er stabiliteit.


Het Jordaan oproer
De Jordaanoproer was een oproer van vooral werklozen in Amsterdam in Juli 1934. Doordat de Nederlandse overheid vast wilde houden aan de gouden standaard, werd er op veel mensen gekort. Op de werklozenuitkering werd er wel 10% gekort. Een onderdeel van de Communistische partij hield hier op 4 Juli 1934 een bijeenkomst over in de Jordaan. Ook de NSB zou er een bijeenkomst over hebben, maar die ging niet door. Betogers tegen de NSB begonnen een demonstratie tegen de bezuinigingen en in de Jordaan begon niet kort daarna ook een demonstratie. Deze liepen geweldadig uit, waarbij de politie met scherp schoot.

Carl Romme
Een Nederlandse advocaat, rechtsgeleerde en politicus. Hij was van de RKSP/KVP. Hij was een gedreven katholieke politicus. Voor de oorlog streefde hij naar werkgelegenheid politiek. Zo stimuleerde hij bijv. werklozen om in Nazi- Duitsland te gaan werken (wat uitliep op gedwongen werken, anders korten op uitkering). Tijdens de oorlog bleef Romme sociaal en bleef hij de arbeiders naar Duitsland sturen. Na de oorlog werkte hij niet meer in de regering, maar had hij wel andere baantjes in de politiek.




Het kwartje van Romme
Als een werkloze elke week een kwartje op een spaarrekening zou zetten, dan zou de overheid er een kwartje bij zetten (als de werklozen 2,3 of 4 kinderen had). Veel mensen waren hier niet blij mee, omdat dit insinueerde dat er binnen de steun nog ruimte was om een kwartje uit te sparen. Romme wilde verder dat er meer steun kwam vanuit de zuilen i.p.v. de overheid.

Kleine en grote crisis


Anton Mussert
De oprichter en leider van de Nationaal- Socialistische beweging van Nederland (NSB) in de jaren voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij collaboreerde tijdens de Duitse bezetting met Nazi- Duitsland.  Mussert werd in 1942 door de Duitsers erkend al leider van het Nederlandse Volk, maar hij werd wel gezien als een zwak leider, zelfs onder zijn eigen volgelingen.
Nationalistisch--> Hij wilde dat Nederland bleef bestaan, onder een door Duitsland geregeerd Europa.
Socialistisch--> Hij was voor de klein burger
Corporatistisch--> Hij werkte meer met de Duitsers
Anti- Semitistisch--> Pas na opkomst van Hitler.

In 1935 is Mussert populair in de stemmingslokalen, maar als hij meer naar Duitsland toe gaat trekken verliest hij stemmen. Hij had sowieso weinig kans omdat Nederland te zwaar verzuild was. Maar een enkeling liet hiervan los. Er was wel vraag naar een sterke leider, maar Colijn was Mussert voor.

CPH/CPN 
Deze partij vertegenwoordigden de hoofdstroom van het communisme binnen het Nederlands politiek bestel. De partij was een vroeg onderdeel van de SDAP geweest, maar hun onderdeel was ortodox- marxistisch en werd in 1909 uit de partij gezet. Zij noemde zichzelf toen de SDP. In 1918 veranderde zij hun naam echter naar CPH, omdat een naamswijziging nodig was om lid te mogen worden van Komintern. De partij stond voor loonsverhogingen en lagere prijzen. Ze vonden dat de toenemende macht van de monopolies gestopt moest worden en de democratie vernieuwd.
De partij had in 1933 hun grootste vooroorlogse aanhang van 10 zetels. Omdat zij zich tijdens de oorlog inzetten voor het verzet en Rusland had geholpen de oorlog te winnen, kreeg de CPN na de oorlog nog een groter aantal zetels. Maar toen de koude oorlog begon en de CPN de SU bleef steunen, raakte ze snel stemmen kwijt.

Antipapisme
Hierbij is er een hekel naar de Rooms Katholieke kerk en alles daaromheen. Papa is latijns voor vader en paus.

Einde Eerste Wereldoorlog
Nederland was neutraal geweest maar:

  • Had wel Duitse soldaten over haar land veilig terug laten keren
  • had de Duitse Keizer asiel verleent. 
België was hier boos om en wilde militair strategische versterking tegenover Nederland. Hiervoor eiste ze verschillende delen van Nederland op (Limburg, Zeeuws- Vlaanderen). Nederland zou ter compensatie delen van Duitsland krijgen.
Deze eisen werden niet gehonoreerd, omdat Frankrijk en Engeland bang waren dat Nederland in de handen van Duitsland zou vallen. 
De Nederlanders vonden het verdrag van Versailles onuitvoerbaar. Duitsland was vernederd en de machtsbalans zou, ten gunsten van Frankrijk om slaan. De internationale spanningen zouden blijven. Nederland was hierdoor ook bang voor de binnenlandse rust. Want onrust in Duitsland kon maar zo omslaan. 
Nederland trad toe tot de Volkenbond. Zij waren ervan overtuigd dat dit hielp aan het internationale evenwicht en dat hun neutraliteit gewaarborgd zou blijven. Dit werd echter door de publieke opinie niet echt positief ontvangen. De centralen mochten immers niet meedoen aan de volkenbond, waardoor Nederland indirect voor een kant koos. Verder moest Nederland een deel van zijn soevereiniteit afstaan. 

Dawesplan
Plan van de geallieerde om de Duitsers ertoe te zetten hun herstelbetalingen van de Eerste Wereldoorlog te doen. 

Verdrag van Locarno (1925)
Een internationaal verdrag waarin de grenzen die in 1919 waren bepaald, erkend werden. Verder was er een voorbereiding tot de toetreding van Duitsland in de Volkenbond

Briand- Kellogpact (1928)
23 landen besloten dat een aanvalsoorlog strafbaar was. Het pact werd door 62 landen getekend.

Opkomst Nazi- Duitsland
De Nederlanders hielden zich opvallend neutraal, afzijdig en voorzichtig tegenover het opkomende Nazi- Duitsland. Ze probeerden elk politiek oordeel te vermijden. Dit allemaal omdat de handel met Duitsland zeer belangrijk was voor Nederland. Colijn riep wel op om meer handel te gaan voeren met democratische landen, maar de minister van Economische zaken wilden juist de handel met Duitsland vergroten en versterken. 

Belangrijk onderdeel was de appeasment politiek!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten