dinsdag 4 november 2014

Polariserend: Samenvatting boek vanaf 228

Sociale economische verschillen bleven van belang.
  • Werden wel kleiner door een langzaam stijgen van de sociale zekerheid. 
  • Arbeidersklasse was opgenomen in de burgerlijke beschaving
    • laatste deel zou weldra volgen
  • Loop der jaren zestig--> Armoede herontdekt.
    • Kleine groepen, die waren achtergebleven bij de algemene welvaartsvermeerdering
    • konden vooral geholpen worden door de verbetering van een aantal collectieve voorzieningen zoals onderwijs en de zorg voor invaliden en bejaarden. 
Verschillen tussen mannen en vrouwen
  • Bleven nadrukkelijk gehandhaafd. 
  • Welwillendheid om op een aantal punten de ongelijkheid wat kleiner te maken. 
  • 1952--> Kabinet met eerste bewindsvrouw: Anna de Waal (KVP) Staatssecretaris van Onderwijs. 
  • 1956--> Marga Klompé (KVP) minister Maatschappelijk werk
  • gelijke werkzaamheden= gelijke beloningen
  • er moest een einde komen aan het automatisch ontslag van bij de overheid werkzame vrouwen die gingen trouwen. 
  • De juridische handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen werd opgeheven. 
  • Grote verschillen in hoeveel mannen er werken tegenover vrouwen (60% mannen, 20% vrouwen)
    • Kostwinnersmodel
    • trage gelijkmatige industrialisatie
1946--> De Nederlandse Vereniging van Sexuele Hervorming
  • via hen kon je voorbehoedsmiddelen aanschaffen
  • Leden aantal groeide snel
  • Katholieken en confessionelen waren tegen, maar waren weinig overtuigend. (een vijand hebben is makkelijk om de achterban bij elkaar te houden.
  • Ook hulp voor ongehuwde en homoseksualiteit (terughoudend, maar begripvol).

Revolutie: 1958-1977
Spanning tussen dynamiek en traditionalisme --> werd opgevangen door een stevig rekverband van Verzuiling en Corporatisme. 
Katholieken en Sociaal- Democraten
  • Dekolonisatie--> Vast gehouden aan het bezit van Nieuw- Guinea (Pas in 1962 afgestaan)
  • Industrialisatie tot een succes gemaakt
  • begin gemaakt met de opbouw van de sociale zekerheid (Algemene Ouderdomswet 1948/1957)
  • Stabiliteit draaide om dit Roomse- Rode as--> begon te kraken en te piepen. 
Breuk Rooms- Rode coalitie
  • Opvattingen over het sociaal- economisch beleid. 
  • PvdA-Joop den Uyl--> 1963 Om de Kwaliteit van het bestaan
    • Minder consumptie
    • meer onderwijs, gezondheidszorg en sociale woningbouw.
  • KVP- Willem Albeda en Norbert Schmelzer-->1963 Bezitsvorming
    • streven naar het terug dringen van de overheid en het loslaten van de loonmatiging
    • Niet herverdeling, maar individuele bezitsvorming moest het devies worden.
    • De wijde verbreiding van duurzaam persoonlijk bezit voortaan niet meer inde hemel maar reeds op aarde gerealiseerd kon worden door de bevordering van het sparen en het eigenwoningbezit. 
  • Vermindering van wederzijdse acceptatie
    • Kwam weer door de verzwakking van het ideologisch profiel van zowel KVP als PvdA.
  • Ideologische onderkoeling van de jaren vijftig. 
    • De bindende kracht van eigen overtuigingen nam af
  • KVP: Sociaal democraten waren vuurrode socialisten
  • PvdA: Katholieken waren partij die vlees nog vis was en als het puntje bij paaltje kwam vooral conservatief was.
  • PvdA werd na de breuk steeds linkser
  • KVP wilde na de breuk vooral laten zien dat er zonder de socialisten ook een progressief beleid mogelijk was. 
  • Toernooiveld werd de omvang van de collectieve lasten. 
Stijging overheidsuitgave
  • De stijging van de uitgaven voor de sociale zekerheid 
  • Moderne verzorgingsstaat.
  • De overheid
    • Traditionele taken: de organisatie van de strijdkrachten, orde en gezag, bureaucratische ordening, openbaar vervoer en communicatie. 
    • Nieuwe taken: Inkomensoverdracht aan huishoudens, openbaar onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting en maatschappelijk werk. 
Rooms contra rood
  • 1965- Kabinet- Cals
    • KVP en PvdA (en ARP) willen Nederland nog een nieuwe beschavings- en moderniseringsimpuls geven om het land klaar te stomen voor de 21ste eeuw.
    • Loonexplosie in 1964
      • concurrentiepositie was aangetast
      • een kleine economische recessie hielp ook niet.
      • = BEZUINIGINGEN
      • vielen niet in goede aarde. (nieuw groeidenken) 
      • zomer 1966--> Verhoging van de accijns op sigaretten en alcohol.
    • Financieringsbodem was weggevallen. 
      • onfatsoenlijk om te bezuinigen. 
      • Begrotingsdebat- oktober 1966
        • hangen of wurgen
  • Kabinet valt in de nacht van 13-14 oktober --> Nacht van Schmelzer
    • Einde aan een tijdperk
    • was het een dolkstoot legende? (Katholieke fractieleider, die de katholieke minister- president laat vallen).
  • Verandering van Rooms- rood naar Rooms contra rood. 
Het regime der zelfontplooiing
revolutie van de jaren 60
  • Wereldwijd verschijnsel
  • Deze revolutie bevorderde in belangrijke mate een besef van globale samenhang.
  • Jongeren. --> demonstreren (vietnam oorlog) 
  • Verandering op religieus terrein.
    • meer en deel nog steeds gelovig. 
    • minder mensen lieten de vorm en inhoud van hun overtuiging bepalen door een kerkgenootschap.
      • Zo kwam er bijvoorbeeld meer begrip voor echtscheidingen. 
    • hechte band tussen kerk en geloof kwam los. 
    • secularisatie
      • mensen werden niet zozeer minder gelovig, maar hun levensovertuiging werd een privé- aangelegenheid.
    • Verinnerlijking en privatisering. 
      • ook te zien bij het bekend maken van het overlijden van dierbaren. 
  • men ging trouwens niet ineens over naar een bandeloos individualisme op de golven van de nieuwe welvaart.
    • authenticiteit en zelfontplooiing waren ook ernstige plichten geworden. 
    • een vrije gemeenschap schept én vergt vrije individuen
  • Progressief en conservatief
Lieverdje
  • Joop den Uyl--> een diepe bevrediging in het geluk de kleine taken te kunnen volvoeren. 
  • Enkele socialisten wel ontevreden--> meer over buitenlandse aangelegenheden. 
  • Robert Jasper Grootveld
    • Voerde actie tegen de consumptie maatschappij
      • vooral tegen de verslaving aan de sigaret
    • autoriteiten zagen hem als stadsgek
    • dit veranderde toen de happenings meer politieke betekenis kregen voor de jeugd. 
    • 25 mei 1965--> Bij de happening wordt een flyer uitgedeeld voor een nieuw tijdschrift:
      • Provo
    • De linkse beweging is in de slop geraakt:
      • de linkse beweging in Nederland zal nieuwe methodes moeten vinden om werkelijke resultaten te behalen, voor dat zij haar aantrekkingskracht op de massa geheel verloren heeft. 
  • Roel van Duyn--> Ideoloog van de Provobeweging. 
    • provotariaat--> geheel van opstandige jongeren 'die weigerden carriere te maken en zich daarmee onderscheidden van de geheel verburgelijkte arbeiders klasse (het klootjesvolk) en al helemaal van de misselijk makende middenstand. 
    • geen georganiseerde organisatie, maar verzamelpunt die door middel van een spontane stroom van provocaties het gezag zou dwingen haar ware gezicht te onthullen. 
    • Keuze: 
      • Desperaat verzet
      • Lijdzame ondergang
    • Verloving Prinses Beatrix met Claus von Amsberg
      • Geen goed moment: Kwam net weer veel Duitser haat op. 
      • Documentaire over hoe het in de oorlog was geweest
      • een studie over de oorlog (de vervolging en verdelging van het Nederlandse Jodendom)
      • Een Huwelijk in Amsterdam werd dus niet gepast gevonden (hier hadden immers de grootste concentratie van de Nederlandse Joden gewoond)
      • Verdeling van de natie
        • God, Nederland en Oranje --> gehecht aan traditie en fatsoen
        • alles wat progressief was--> Provo als strijdende voorhoede. 
      • 10 maart 1966--> Huwelijk 
        • Ontplofte enkele rookbommen 
  • 13 juni 1966
    • Harde actie van communistische bouwvakarbeiders loopt uit de hand
      • Politie pakt het onhandig en traag aan.
    • Politie weet niet hoe het om moet gaan met de veranderingen
      • en al helemaal niet hoe ze de provo's moeten aanpakken. 
    • Provo's voegde zich niet naar het bekende patroon:
      • het organiseerde zich nauwelijks
      • het behartigde niet de belangen van specifieke groepen
      • paste allerminst in de normale vergadercultuur
      • deed weinig anders dan het gezag op alle mogelijke manieren tarten
    • Political art
    • deden in 1966 mee aan de gemeenteraadsverkiezingen 
    • 1967--> begroef zichzelf in het vondelpark. (radicaal einde)
      • Vanaf dat moment leek de helft van Nederland wel Provo te worden. 
    • Politiek boog mee met de culturele revolutie en de jeugd
      • idealistische stemming
      • het primaat van economie in te wisselen voor dat van de progressieve mentaliteit. 
Duidelijkheid
  • D66--> Democraten '66 
    • een vriendelijk en intellectueel trefcentrum van progressieven in algemene zin onderaanvoering van Hans van Mierlo
    • Het bestaande partijenstelsel moest ontploffen
    • Deze kon immers geen antwoord meer geven op de vragen die ons bezig houden. 
  • Nieuw Links
    • De politiek moest spannender worden, tegenstellingen moesten niet bedekt worden, maar juist zichtbaar worden gemaakt en in het openbaar behandelen. 
  • Nieuw Links en PvdA vonden elkaar in de afkeer van confessionele partijen in het algemeen en de KVP in het bijzonder. 

donderdag 30 oktober 2014

Surinesië: PPT week 5: Suriname

Onafhankelijkheid (1975) en Decembermoorden (1982)
Na de onafhankelijkheid
  • 1975-1980: economische neergang en sociale onrust
  • Hoge werkeloosheid (ondanks Ned. fin. hulp)
  • Mislukte overheidsprojecten West-Suriname
  • 'regelen’
  • ontstaan linkse partijen (PALU, Volkspartij)
  • ontstaan militaire vakbond
  • ontstaan nieuwe belangengroepen
  • verwachte frustratie hindoestanen
  • grote emigratiestroom
Sergeantencoup van 1980
  • Onvrede in het Surinaamse leger bij in Nederland opgeleide onderofficieren (oa Bouterse) 
  • 1979 oprichting Bond van Militair Kader (Bomika) 
  • Drie bestuursleden werden in jan 1980 opgepakt 
  • Vóór hun berechting pleegden ‘zestien armzalig bewapende sergeanten onder aanvoering van de 34-jarige sportinstructeur Desi Bouterse een staatsgreep’.
  • Nationale Militaire Raad neemt de macht over om zsm een burgerbestuur aan te stellen. Staatsgreep wordt ‘ingreep’, Ferrier bleef president en grondwet bleef intact.
Welke kant gaat het op met onze jongens?
  • 15 maart burgerregering olv Henk Chin a Sen, maar onder controle van NMR. 
  • Verscherpte controle aanwezigheid ambtenaren, ideeënbus Memre Boekoe-kazerne en aanpak kleine misdaad, maar ook overlijden vermeende couppleger Ormskerk. 
  • Beloofde verkiezingen in 1982, tenzij ‘gevoelige omstandigheden’. 
  • Na 13 augustus 1980 steeds meer sprake van bestuur door het Militaire Gezag olv Bouterse en Horb, verlinksing koers (Revolutie! Volksmilities!)
Decembermoorden
  • De bevolking begint van begin 1982 onrustig te worden omdat de terugkeer van de democratie uitblijft.
  • De vakbonden organiseren ondermijnende acties, zoals stakingen. 
  • Het bezoek van Maurice Bishop (Grenada) in oktober mislukt (door de vakbonden)
  • 8 december 1982: Decembermoorden
    • 15 prominente Surinamer worden geëxecuteerd
    • Waren tegenstanders van Bouterse. 
    • Bouterse beweerde dat deze 15 heren een coup tegen hem gingen plegen en dat ze daarom vroegtijdig uitgeschakeld moesten worden.
      • 1 van de slachtoffers heeft ook een "verklaring" voorgelezen.
    • Nederland bevroor hierna de ontwikkelingshulp. 
  • In januari 1983 wordt ook Horb opgepakt wegens coupvoorbereidingen. Later wordt hij dood in zijn cel gevonden.,

Surinesië: PPT week 4: Suriname

Op weg naar onafhankelijkheid 1942- 1975
Van zelfbestuur naar onafhankelijkheid 

  • 7 december 1942: Koningin Wilhelmina belooft intern zelfbestuur na WOII
    • Waarom?
      • Atlantic Charter
        • besluit tussen Amerika en Engeland in 1941. 
        • Hierin staat onder andere dat elk volk recht heeft op zelfbeschikking. 
    • Indonesische nationalisten.
  • De reacties:
    • Creolen: positief (anti- verindisching)
    • Hindostanen: afwijzend (bang voor creoolse overheersing).
  • Geen onafhankelijkheidsstreven!! In tegen stelling tot Indonesië
Politiek Suriname
  • Er kwamen belnagenverenigingen i.p.v. politieke partijen. Bijvoorbeeld:
    • NPS (Nationale Partij Suriname)- Creools
    • VHP (Verenigde Hindostaanse Partij)- Hindoestaans
    • KTPI (Kaum Tani Persatuan Indonesia)- Javaans
  • Districtenstelsel was in het voordeel van de Creolen en nadelig voor de nationale politiekvoering. 
  • vanaf 1950 'verbroederingspolitiek' tussen NPS (Pengel) en VHP (Lachmon)
  • Doel: Samenwerking aan de top maar naar de achterban toe ras- sentiment stimuleren.
  • 'regelen'
Onafhankelijkheid 1975
  • De VHP was aanvankelijk tegen, omdat de regering uit Nederland de Hindoestaanse positie garandeerde.
  • Na 1973 Creoolse regering onder leiding van Henck Arron. Hij streefde erna om in 1975 onafhankelijkheid te verwerven. 
  • In ruil voor een evenredig kiesstelsel en snelle verkiezingen na de onafhankelijkheid, kreeg met toch steun van de VHP.
  • De valkuilen waren echter:
    • Er was amper nationaal culturele verbondenheid
    • Er was ongelijkheid in het onderwijs en de beheersing van Nederlands
    • Stereotype manier van denken over elkaar. 
Jopie Pengel 1916-1970
Surinaamse politicus  voor de NPS

Jagernath Lachmon 1916- 2001
Surinaamse politicus voor de VHP.
Was tegen de onafhankelijkheid vanwege angst van overheersing door de creolen.

Heck Arron  1936- 2000
Surinaamse politicus voor de NPS.
Hij hield persoonlijke gesprekken met Nederland over de onafhankelijkheid en werd eerste premier van de Republiek van Suriname en werd bij de tweede verkiezingen herkozen. 
 

Surinesië: PPT week 3: Suriname

Transformatie van de koloniale maatschappij (1863- 1942)
Afschaffing slavernij 1863

  • Na de afschaffing van de slavernij ontstonden er problemen op de plantage:
    • Er dreigt een tekort aan landarbeiders
    • Er was een toenemende concurrentie van Azië door de opening van het Suezkanaal (1869)
    • De opkomst van de bietsuiker in Europa
  • De oplossing was de werving van de Brits- Indische Koelies en Javanen. 
  • De Creolen hadden tot 1930 door het onderwijs een bevoorrechte positie. 
  • Na 1930 vond er een ver-indisching op in plaats van assimilatie.
Anton de Kom (1898- 1945)

De zoon van een slaafgeborene.
In 1921 was de Kom naar Nederland verhuis en actief geworden in een Links- Nationalistische Indische organisaties. 
In 1933 was hij kort teruggekeerd naar Suriname, maar hij werd snel gearressteerd vanwege 'ondermijnende activiteiten'.  
Tijdens de protesten tegen zijn arrestatie vielen er 2 doden en 30 gewonden. (7 februari 1933, Zwarte Dinsdag). 
Hij werd terug gestuurd naar Nederland en schreef daar "Wij slaven van Suriname".
Tijdens WOII was hij actief voor het communistisch verzet. Uiteindelijk werd hij gedeporteerd en stierf hij in Neuengamme. 

Surinesië: PPT week 4- de opkomst van de koloniale staat.

Kenmerken van een koloniale staat:

  • Niet soeverein
  • Ze vertegenwoordigen niet een bepaalde natie
  • Er ontbrak nationalisme als ondersteunende ideologie. 
  • Geen speler op het internationale toneel
  • Ze maken gebruik van de structuren van de oudere inheemse staten.
Bestuurshervormingen 1866
Koloniaal bestuur moderner en intensiever worden:

  1. Wijziging wijze van betalen koloniale ambtenaren:
    1. Afschaffing cultuurprocenten voor Nederlandse ambtenaren/ introductie vaste salarissen.
    2. Inheemse bestuursambtenaren vaste salarissen en vanaf 1882 ook feodale voorrechten afgeschaft.
  2.  Uitbreiding aantal Nederlandse bestuursambtenaren op Java.
    1. Naast iedere regent een assistent-resident en uitbreiding aantal controleurs.
  3. Centrale bureaucratie hervormd: vier nieuwe departementen o.l.v. een directeur: 
    1. Departementen van Binnenlands Bestuur, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid; Burgerlijke Openbare Werken; Financiën.
Ethische Politiek: ontstaan
  • ARP: program van beginselen
    • Art. 18: De baatzuchtige neiging die men had om Indië te exploiteren moest plaats gaan maken voor een politiek van "zedelijke verplichting".
    • Kuyper vond dat Indië een kind was dat zedelijk opgevoed diende te worden. Indië zou namelijk een zelfstandige positie in de toekomst krijgen. Dit was een voogdijgedachte. 
    • Van Deventer: 1899: Artikel: "een eereschuld"
      • Vele miljoenen terugbetalen: dit ging naar het onderwijs en de verbetering van de economische positie van de inheemse bevolking 
    • Het Sociaal democratische kamerlid van Kol (SDAP)- Er moest een rechtvaardig koloniaal bestuur komen. "een kind opvoeden tot een man".
  • De Locomotief was de eerste krant die verscheen in Semarang, Indonesië. Het blad was in 1845 oprichtig door politiek activist Pieter Brooshooft. 
Situatie van de inheemse bevolking eind 19de eeuw
  • De bevolking van Java in diepe armoede. Oorzaken hiervan waren:
    • Javaanse belastingbetaler betaalde de uitbreiding van het Nederlandse gezag in de buitengewesten. 
    • Het inkomen van de gemiddelde Javaan daalde. Er was de afschaffing van het cultuurstelse, wat minder plantloon betekende. De suikerindustrie was in crisis, wat lagere lonen voor de arbeiders betekende en grondhuur.
    • De belangrijkste oorzaak was echt de enorme bevolkingsgroei. Tussen 1870 en 1900 groeide de bevolking van 16,2 miljoen naar 28,4 miljoen personen. 
Ethische politiek
Troonrede 1901: zedelijke roeping.
Ethische politiek twee doelstellingen:
  • Het welzijn van de Indonesische bevolking te bevorderen en die bevolking op te voeden onder westerse leiding en naar westers model tot “zelfstandigheid op lange termijn” 
  • Het welzijn bevorderen bracht met zich mee dat het Nederlands gezag overal stevig gevestigd zou moeten worden.
Verbetering economische positie
  • Irrigatie:
    • Aanleg irrigatiewerken: watervoorziening stabiel; verbetering inheemse bevloeiingswerken en de bouw van stuwdammen aan de bovenloop van kleine en middelgrote rivieren. 
    • Landbouw: eigen departement : landbouwonderwijs. 
    • Betere zaden en ontwikkeling zaai technieken.
  • Mensen kregen geld als ze gingen verhuizen.
  • Inentingen 
  • Onderwijs
    • Nieuwe scholen
    • steeds meer onderwijs voor de inheemse bevolking
  • Volksraad
    • Niet echt politiek serieus genomen.
    • toch plek voor verschillende etnische groepen om samen te komen
    • politieke ervaring opdoen
    • inheemse konden hier hun ei kwijt.
  • Uiteindelijk wel meer inheemse ambtenaren die binnenlands meer overnamen. Maar nog steeds geen gelijkheid. Nauwelijks inspraak er was veel armoede en de economische crisis maakte het niet beter. 

woensdag 29 oktober 2014

Surinesië: PPT week 4- Nederlands Imperialisme

Modern imperialisme
Dit vond plaats in de laatste twee decennia van de 19de eeuw:

  • Opkomst van het nationalisme: Er moesten krachtige nationale staten ontstaan.
  • Dit ging gecombineerd met Racisme/ Sociaal darwinisme 
    • Het Europese ras was superieur en had recht op het overheersen van de minder ontwikkelde rassen. 
    • De koloniale veroveringen versterkte natuurlijk ook de nationale trots.
  • Toenemende rivaliteit Europese staten. 
  • Tweede industriële revolutie: Economische en technische revolutie.
    • transport, medicatie en wapens
  • De specifieke oorzaken per deelnemend land:
    • Groot- Brittannië : invloedrijke rol van bankiers en aristocraten die hun buitenlandse investeringen door de staat beschermd zagen.
    • Frankrijk: compensatie verlies Elzas-Lotharingen 
    • Duitsland: afleiden binnenlandse sociale problemen
Nederlands Imperialisme
Rond 1870 verschuift de interesse van Nederland van Java naar Sumatra. Hier bevond zich de mijnbouw en plantagelandbouw. Hierdoor neemt de handel en zeevaart rondom noord Sumatra toe. 
Sumatratraktaat van 1871
Brits Nederlandse overeenkomst.
  1. Nederlandse soevereiniteit over geheel Sumatra.
  2. Nederland staat bezittingen in West- Afrika af aan Engeland.
  3. Nederland mag contractarbeiders werven in Brits- Indië voor Suriname. 

Lombok expeditie 
Expeditie waarbij men probeerde om opstandelingen in het midden van Lombok aan te pakken. Expiditie was gewelddadig, maar geslaagd. 

Joannes Benedictus van Heutz
Gouverneur- Generaal van Nederlands Indië (1904- 1909)
Militair en civiel gouverneur van Atjeh
Atjeh oorlog
  • begonnen omdat de Nederlanders zich niet hielden aan een tractaat (sumatra tractaat) uit 1824. Hierin stond dat zij Atjeh als een vrije staat moesten accepteren. In 1871 werd er echt een nieuw tractaakt gesloten, waarbij Nederland de vrije hand kreeg in Atjeh. 
  • De oorlog werd door Nederland gewonnen en zij werden soeverein over Atjeh
  • Van Heutz verklaarde de oorlog gewonnen in 1903, maar in werkelijkheid was deze pas in 1914 toen de laatste guerillabenden was verslagen. 
Snouck Hurgronje heeft waarschijnlijk een sleutelrol gespeeld in het einde van de Atjeh oorlog. Hij was gespecialiseerd in de Islam en had veel aanzien. Hij spraak een hoop Indonesische talen en wist daardoor precies hoe van Heutz bepaalde dingen moet aanpakken. 


Surinesië: PPT week 4- Koloniaal bestuur

Kenmerken van het koloniaal bestuur.
Blanke minderheid "vernederlandste" na 1900:

  1. Er is een toenemend aantal blanken. 
  2. Band met Nederland versterkt door betere post- en verkeersverbinding
  3. Er komen meer blanke vrouwen naar Indonesië 
  4. Ze gingen in aparte villawijken wonen. 
Indo- Europese bevolkingsgroep: kinderen afkomstig  van gemengde afkomst. 
Een groot deel hiervan was wel opgegaan in de inheemse bevolking. Het andere deel was formeel aan de Europeanen gelijk gesteld:
  1. Kinderen uit wettige huwelijken
  2. Kinderen uit onwettige huwelijken die erkent waren door hun vader. 
Toch werd deze groep door veel blanken niet als gelijkwaardig gezien. De Indo- Europeanen gingen veel met elkaar om en hadden een mengtaal van Maleis en Nederland. Ze werkten meestal op kantoor, bij de overheid, het leger of de politie. Maar sommige waren rijke planters of hoge militairen en ambtenaren. Er was geen scherpe grens tussen deze groep en de blanke bovenlaag. 

De Chinese bevolkingsgroep was snel gegroeid. Ze hadden een belangrijke positie op Java, omdat ze een sleutel hadden in de koloniale economie. Zij beheersten  het grootste deel van de detailhandel, ambachtswezen en krediet verlening aan de inheemse bevolking. 

Er was ook een Arabische bevolkingsgroep. Zij waren een Autochtone inheemse meerderheid. Het grootste deel was bijzonder arm. De meeste werkten in de landbouw als kleine boeren of plantage arbeiders. 

Het koloniale rechtsbestel 
Het beleid werd bepaald in Nederland. Het parlement stelde de begroting vast en de regering benoemde de hoge ambtenaren (zoals de Gouveneur- Generaal). Vele zaken werden bepaald in Nederlandse wetten. Voor zover dat niet kon, mocht het gouvernement eigen ordonnanties en verordeningen vaststellen. 
Er was een onderscheid naar landaard. Hiermee bedoelt met dat er naar ras en etnische herkomst wordt gekeken. Het regeeringsregelement van 1854 was als volgt:
  • Europeanen: Nederlanders en andere westerlingen, de Indo- Europeanen, Staatsblad- Europeanen. Later ook o.a. Japanners, Turken en Egyptenaren.
  • Inlanders
Dit onderscheid was overal zichtbaar: Rechtspraak en salarissen bijv. 
Alleen in het strafrecht waren de Europeanen en de inlanders enigszins gelijk.
1892: nieuwe wet op het Nederlanderschap: inwoners Nederland en koloniën in de West en Nederlandse Europeanen in Indië: Nederlander; inheemse bevolking niet.
In 1910 krijgt de inheemse bevolking de titel van Nederlandse onderdaan, maar nog geen officiele Nederlander. 

Er waren wel wat verschillen te noemen tussen het rechtsregime van Indië en het moederland:
  • In de kolonië was er nog steeds spraken van de doodstraf en kinderarbeid. 
  • Er was ook geen scheiding tussen de rechterlijke en uitvoerende macht. 
  • In de Nederlandse grondwet stond hett recht van vereniging  en vergadering. 
  • In de kolonie was er een verbod op politieke partijen en verenigingen. 
  • Dit was tot 1919, daarna kon een vereniging alleen nog makkelijk verboden worden. 
  • Voor vergaderingen was een vergunning nodig. 
  • De eerste politieke partijen vroegen erkenning aan het parlement. 
  • In Nederland was er vrijheid van meningsuiting
  • In de kolonie was er echter een drukpersregelement. Dit betekende dat de kranten eerst moesten worden gelezen door iemand van het bestuur voordat deze gepubliceerd mochten worden. 
  • Ook haatzaai- artikelen waren verboden.